woensdag, december 29, 2004

HENK

Mijn muzen roepen me zachtjes ter verantwoording. Ze knagen zachtjes aan mijn weerstand tot schrijven en schilderen. Het is al veel te lang geleden sinds ik een behoorlijk stukje werk heb afgeleverd. Ik sta op de laadstand momenteel. Dat schijnt er allemaal bij te horen. Dan ben ik koopziek, zoek koortsachtig naar muziek passend bij mijn gemoedstoestand, vreet veel, slaap slecht en te weinig, ben luidruchtig en geforceerd leuk, gauw jaloers en loop als er helemaal niemand kijkt met een getormenteerde blik door de wereld heen te zuchten. Zo ! Het hoge woord is eruit en voordat ik dit gevoel ga cultiveren en me ga wentelen in zelfmedelijden weet ik al dat het allemaal maar weer een fase is. Ja ik weet het heus wel ! Het gaat allemaal over.

Wat vaak helpt is om dan een flink stuk te gaan hardlopen al dan niet door de ochtendmist. Tot je dampend en zwetend je endorfientjes tot je hebt genomen. Het zorgt even weer tijdelijk voor rust in de kop en zet die ongecontroleerde gedachtenstroom weer een beetje in de goede volgorde. Door het lopen lijkt het wel of je dan een mengsel van melisana, een vol buisje prozac, drie flessen pleegzuster bloedwijn, twee theelepels levertraan, een stikkie, 3 flesjes bier, 5 glazen wijn en een maaltijd met in eigen jus gelakte kalfsschenkel gelardeerd met een krokant stukje buikspek badend in de langoustinejus. Rijpe wintertruffel vermengd met geconfijte linzen op een bedje van tomaten in rodewijnvinaigrette en geprakte opperdoezer ronde met venkelmousselinesaus en makreelsabayon of gewoon een stampotje andijvie tot je hebt genomen.

Met dat laatste wil het dus allemaal wel lukken, maar die verdomde onrust wordt veroorzaakt doordat er veel dingen tegelijk op me af komen. Af en toe dreig ik het overzicht te verliezen. Het gaat uiteindelijk toch ten koste van de creativiteit.

Het kost dan aardig wat moeite om in die toestand te geraken waarin je je gedachten en ideeen de vrije loop kunt laten zonder die ietwat irritante dwangmatigheid, waardoor iets te geforceerd gaat aandoen en zoiets is van mijlen ver herkenbaar. Althans dat gevoel heb ik dan zelf.

Als kunstenaar mijdt je liever alle zakelijke aspecten van het vak. Het staat vaak haaks op datgene wat je doet en eigenlijk heb je de neiging om alles gewoon weg te geven aan de echte liefhebbers. Zoiets als de zucht om aardig gevonden te worden. Zoals vroeger toen je als kind een tekening voor iemand ging maken. Kijk eens, voor jou gemaakt !

Dat van dit principe ook misbruik gemaakt kan worden hebben een aantal lieden volgens mij ook perfect in de gaten en op het moment dat dit ietwat onprettige besef ook bij mij aanbeland is kost dat kracht en energie. Lang leve de commercie. Geld verdienen mag best, maar niet ten koste van.

Lijnrecht tegenover de gladde commercie is er het principe van leven en laten leven. Het is een mooi goed en dat principe staat op het lijf geschreven van Henk. Henk Pruijsen is een pur sang liefhebber, die galeriehouder is geworden om slechts dat ene feit. Het feit dat hij graag omringd wilde worden met de beelden en schilderijen die hij zelf bewondert en niet gestuurd vanuit commerciele scoringsdrang.

Er is bij Henk een vergevorderde vorm van darm en slokdarmkanker geconstateerd en hij is opgegeven. De schok die dat bericht bij zijn naasten en de kunstenaars die hem al jarenlang omringen teweeg heeft gebracht kent zijn weerga niet. Henk is en was altijd zo godsgruwelijk echt ! Met die karakteristieke pezige kop van hem en die onmiskenbare toon. Chaotisch en kwetsbaar soms. Goedlachs en vrijgevig vaak. Henk inspireert de mensen om hem heen. Rondom Henk was het altijd feest.

Het is een bizar idee om begin januari met een groot aantal collega-kunstenaars zijn kist te gaan beschilderen en ik zie er net zoveel tegenop als dat ik er trots op ben om hier aan mee te mogen werken.

Op het gevaar af de indruk te wekken op sentimenten mee te willen liften wil ik toch echt heel graag kwijt dat ik in mei mee mag doen aan de jaarlijkse Roparun voor het Steinweg-Voorne Atletiek D team. Een loopje in estafettevorm vanuit Parijs naar Rotterdam waarbij de opbrengst volledig ten goede zal komen aan het veraangenamen van het leven van kankerpatienten en vooral jonge patientjes. Het verhaal van Henk brengt het allemaal voor mij wat dichterbij. Ik had en heb zelf altijd de neiging door te -zappen- als ziekten en leed in beeld verschijnen. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid, dat ik dit niet van heel dichtbij mee heb hoeven maken en kan slechts een poging doen om me een voorstelling te maken hoezeer dit ingrijpt in de levens van de patient en de mensen rondom.

En ik zap weer verder.

Het nieuwe jaar is aanstaande, de kerstdagen net voorbij en het leven gaat verder en ik moet als de donder weer aan het werk. Voor morgen moet er een schilderij klaar. Om mee te nemen naar Henk. Henk gaat gewoon door met regelen en voor ons kunstenaars te zorgen.

dinsdag, november 16, 2004

TERSCHELLING

TERSCHELLING


Berenloop 2004

Waar zitten jullie nu ? staat er op mijn schermpje van mijn SportNokia 5210. In lichte bewustzijnsvernauwing ezzem-essen we terug dat we in de buurt zitten van Opperdoes-Noord. Die bewustzijnsvernauwing komt door het feit dat we net als in de rest van Nederland te kampen hebben met een code rood. Het lampje van de accuspanning licht de hele tijd op en daarbij moet ik ook nog eens verschrikkelijk piesen. Misschien juist wel door de moordende spanning van dat lampje en zolang we rijden komen we natuurlijk dichter bij ons doel, maar voor mijn part mocht ons voertuig er in de haven van Harlingen mee uitscheiden als we die boot maar zouden halen. De druk op de blaas is eveneens tot grote hoogte gestegen en als de nood het hoogst is – komt ineens benzinestation de Hoge Kwel in beeld ! Hoe verzinnen ze het, die naam ! Ik ren mijn bus uit op zoek naar de eerste de beste struik. Ojjojjoi wat helpt dat en als ik met een schietgebedje de motor van onze auto opnieuw start is er helemaal niks aan de hand. Niks meer brandend lampje en volkomen verlicht en mild gestemd boemelen we verder over de Afsluitdijk richting Harlingen en eigenlijk nog aardig op tijd ook. Alle begin is moeilijk. Ook een zeikverhaal !

Het is sportief druk bij de boot. Het lijkt wel of half hollend Holland ter Schelling gaat. Ook in de rij bij de koek en zopie. In mijn beleving zijn een veerboot en een gevulde koek synoniem aan elkaar. Jeugdsentiment denk ik. We kijken uit naar Hannes, maar hij is nergens te zien. De lucht is romantisch dreigend en in de verte probeert een zonnetje door die typische regenslierten heen te prikken en hoe dichter bij Terschelling hoe mooier het weer. Even denk je dat we de boot naar Vlieland hebben, maar het gevaarte draait gelukkig nog net op tijd bij.

Op de kade staan Magda en Karin ons op te wachten met natuurlijk al een aardige kriebel in de buik van de komende gebeurtenissen. Zij waren de dag ervoor al op het eiland aanbeland en als nu ook de rest van de hardloopwereld op het eiland aankomt begint het allemaal akelig dichtbij te komen. Het is zaak om ze af te leiden en ze worden gebombardeerd tot onze gidsen. Verreweg het beste vervoermiddel op het eiland is de oerhollandse fiets. Bij Tijs Knop’s fietsverhuur hebben ze er wel 2000 !! We doen een oma en opafiets met terugtraprem en zonder versnellingen. Geen fratsen en we gaan op weg naar ons onderkomen voor dit weekend. De bagage wordt door het fietsenverhuurbedrijf naar het hotel gebracht. Hotel Boschrijck. De kamers zijn ruim, de badkamer is alleen een beetje lek en dit weten we als rechtgeaarde hollanders natuurlijk flink uit te spelen. Als zwijggeld wordt onze kamer een saunaarrangement aangeboden, dus we houden het hele weekend onze mond daarover. Geen kwaad woord over ons hotel.

Na het ontvangstborreltje gaan we boodschappen doen. Weer op de fiets natuurlijk. Er is een C1000 ! Geen fratsen nu ! We kopen de hele winkel kaal, want wie beweegt moet wat te verbranden hebben, verzinnen we ter plekke. Kratje bier, flessies wijn, Boodschappen doen moet je niet doen met een lege maag heb ik wel eens in de VIVA gelezen, maar ook niet als je dorst hebt en in een mum van tijd is onze kar helemaal barstensvol, terwijl op ons gezamenlijke boodschappenlijstje alleen sinasappelsap, een pak spaghetti en een fles ketchup stond.
Boodschappen doen maakt hongerig en toen we weer buiten stonden ging het sterke gerucht dat er verderop in de straat een luxe broodjeszaak zat. Het is de Dis en daar is het echt smullen geblazen. Daar worden geen broodjes belegd, maar gebouwd. Na pakweg een uurtje naar hun omvangrijke menukaart te hebben gestaard ga ik voor het beleefd aanbevolen huisbroodje, het blijkt gehakt met piri piri. Een aantal anderen kiezen voor een minder agressief klinkend broodje. Als ik het broodje op heb wordt mijn keuze me afgeraden door de kenners ! Gehakt voor een wedstrijd is niet slim en ik zou de gevolgen ervan nog wel merken. Ik neem dit dreigement mee in mijn achterhoofd.

We fietsen met een kleine omweg van een kilometer of twintig weer terug naar het appartement en aldaar schijnen de resterende lopers en loopsters te zijn aangekomen en even later weten we dat hypothecair zeker. We zijn met een man of 25 en in onze ruime Boschrijckse kamer worden van overal stoelen naar binnen gesjouwd en ons samenzijn krijgt stilaan het karakter van een verjaardagsfeestje. Onze voorzitter begint van pure ontroering over dit spontane vertoon van onderlinge verdraagzaamheid, gezelligheiddrang, sociale drankzucht en vooral clubliefde spontaan te huilen. Mooi hè ? snottert hij en ik doe met hem mee. Waar vind je dit nog ? Zullen we het clublied zingen ?

Tegen de avond waren we al een aardig stukje in onze stoelen en banken doorgerelaxed, toen ik plotseling ruw werd teruggebracht in de werkelijkheid. Je moet gaan kooooken, want we hebben hongerrrr !! Kunnen we niks gaan halen dan, probeer ik nog, maar het helpt niks. Ik moet aan het fornuis. En wat voor één ! Er zitten van die snelwarmers op. Het riekt al gauw naar inductie. Binnen een mum van tijd schroeit mijn kipfilet de pan in, maar ik weet ze nog net te redden, terwijl mijn pan met spaghettiwater in noordoostelijke richting over de kookplaat begint te dansen. Woh ! Dit is wel even wat anders. Dit stond niet in de brochure ! En na verscheidene pogingen tot finetuning begin ik het toch een beetje onder de knie te krijgen. Gelukkig is zo’n fornuis heel makkelijk schoon te maken en krijg ik geen klachten over mijn prutje met slierten. Beleefd ?

De telefoon gaat ! Of we zin hebben om nog even in het dorp een weglopertje te gaan halen, vraagt Jaap G. uit O. nog nagenietend van zijn copieuze maaltijd mét wèhnagganzjement. We vragen ons af of dit verantwoord is en of we niet vroeg moeten gaan slapen met het oog op de dag die komen gaat, maar zowel John van H. uit H, Ed de J. uit een ander H. A.de J.-G uit hetzelfde H en P.de W. uit weer een ander H. zijn er al gauw uit. Het moet kunnen !

Een stevige wandeling naar dorp is omwille van de spijsvertering nooit weg. In het donker zetten we er stevig de pas in en we zien in de verte een soort van weerlicht. Zou er dan toch slecht weer op komst zijn ?

Het is de Brandaris ! In die buurt zijn ook de kroegen van West Terschelling en we struinen met een flinke groep door de straten aldaar en maken aardig wat omtrekkende bewegingen vooraleer we onze keuze maken in welke kroeg we ons weglopertje zouden gaan halen. We komen langs Zeezicht, Havenzicht, Waddenzicht en Boszicht uiteindelijk na twee rondjes uit in Café de Zeevaart alwaar Kapitein Rob, wie kent hem niet, nog zijn borreltjes schijnt te hebben gedronken. Ondertussen doen we een versie van Herkent u deze melodie ? John en Norma scoren hoog ! Met Wilson Pickett, Otis Reading, Martha and the Vandella’s, maar hadden het wel mis bij the Four Seasons. Jammer hoor ! Ondertussen worden onze bouwjaren gecheckt. Het waarom is me tot op heden nog niet duidelijk.

De sfeer zit er goed in als de wijste onder ons besluit dat het nu zo zachtjes aan tijd is om naar het hotel terug te gaan. Op de terugweg hebben we zo’n zeldzame lachstuip, zo eentje waarbij je helemaal week in de knieen wordt. Het valt moeilijk uit te leggen waarover dit dan gaat en daar waag ik me ook niet aan, maar het doet een mens goed.

Het is Immer Wieder Sonntag, maar natuurlijk geen gewone zondag. De morgen is zeldzaam mooi. De Eddies gaan broodjes halen, maar de bakker slaapt nog. We besluiten dan maar even het wad op te fietsen. Het is half negen ’s ochtends. De lucht is strakblauw en er staat geen zuchtje wind. Het zonnetje staat nog zo laag dat de eigen schaduw angstaanjagende proporties krijgt en er heerst zo’n serene stilte, dat je zoiets wil vasthouden. Ineens weet ik het. Dit is zó mooi en ik wil nu foto’s maken. Nu, nu, nu ! Maar ik heb mijn camera niet bij me ! Zo schiet een mens in de stress om van die mooie momenten te kunnen genieten. Het valt echt niet mee allemaal en ik voel me een klein neurootje als we met hoge snelheid op de fiets via een alternatieve route naar het hotel rijden. Als ik weer op dezelfde plek sta is dat typische strijklicht verdwenen en er staat ook al een monsterlijke 4-wheeldrive voor die mooie strandtent op het westelijkste puntje van het eiland. Ik twijfel even aan mezelf omwille van deze mutsige opvattingen over pittoreske plaatjes, maar ik word ook al wat ouder.

Afijn, met toch nog hele verantwoorde foto’s op mijn smartcardje fietsen we naar ons ontbijt en ook begint het voorbereiden op datgene waar we hier voor zijn, namelijk die berenloop. Loedertje en ik lopen weliswaar maar een halve marathon, maar voor haar is het de eerste. Voor een aantal anderen staan er wat meer kilometers op het programma en ik voel een beetje met ze mee. Hoewel niemand ze dwingt om dit te doen ! Laat hierover geen misverstanden ontstaan !

Zo’n start van de Berenloop heeft ook wel iets aparts. De hele marathon vertrekt een half uur vroeger dan de rest en zo zoeken we een mooie plek om ze goed voorbij te zien komen. Het verhoginkje voor de Brandaris lijkt ons een mooi plekje en verdomd je kan het goed zien hier en het is ook al niet zo heel erg druk wat me toch wel wat verbaasd. De speaker kletst de wachttijd aan elkaar en als hij roept dat het nog tien seconden voor de start is zie ik voor me bijna alle mensen hun vingers in de oren stoppen. De starter heeft maar een klein pistooltje in zijn hand, maar goed, misschien geeft dat ding wel een enorme knal ! Hij telt af: vijf, vier, drie, twee, één en hij schiet de lopers weg. O, O, wat een knal ! denk ik nog stoer. Een klappertjespistool en ik haal net als de andere Terschellingdebutanten mijn vingers weer uit mijn oren, maar zie dat de andere mensen rondom ons dat niet doen. Ik wil ze nog toeroepen dat ze al weg zijn, maar dan gebeurd het. Dit stond ook al niet in de brochure, want met een onmiskenbaar sadistisch lachje om de mond zet een medewerker van de vuurtoren de oranje misthoorn aan. Hoorhieris doet de Brandaris en het geluid is zo overdonderend indringend dat we helemaal niemand meer hebben zien vertrekken. Het waarom van de lege ereloge is ons in een klap duidelijk. Niks meer gezien van Magda, Karin, Corné, Wilfred, John, Jaap, Netty, Gerard, Ton, Nico en Joop en nog zo’n driehonderd anderen. Het duurt eventjes voordat we weer bij onze positieven zijn. We besluiten in de counterattack te gaan en we gaan over tot een harde extremistische actie. We hebben onze net leeggedronken waterflessen nog bij de hand en Ed de Jong, ja hij was het ! gooit de plastic flessen in de opening van de misthoorn. Zo dat zal ze leren, die Friezen ! En bij onze start een half uur later was het geluid gediminiueerd tot dat van een schorre kip en een heel stuk dragelijker. Bedankt Edward ! Terschelling zal ondanks het feit dat hij niet met ons meeloopt als gevolg van zijn hartritmestoornissen wél weten dat meneer de Jong op hun eiland was hoor !!

Na de massale start besluiten we met zijn vieren bij elkaar te blijven. Peter de Wit, Corry Faasse, Loedertje en ik lopen in een zodanig rustig tempo, dat er onderweg ook nog het een en ander te genieten valt. Pewi zegt nog niet helemaal in conditie te zijn, maar het is van geen kant aan hem te merken. Hij manoeuvreert zichzelf daardoor in de underdogpositie. De verfrissingsposten zijn goed bemand en door het goede weer staan er nu ook geluidsinstallaties buiten. En overal beertjes. Ik zag er ook nog één heel morbide in een strop hangen ! Tot zo’n dertien a veertien kilometer lopen we vrij vlak. Dan kom je in het duingebied waar je toch wat meer aan de bak moet. Het zwaarst wordt het als je het strand op moet. Pewi geeft nog steeds geen krimp. Om hem los te krijgen probeer ik nog een elleboogstoot en een vliegende tackel, maar het helpt allemaal niks. Ik hoop op de zwaardere stukken van het parcours. De duinovergang hangt van los zand aan elkaar en het is harken daar, maar op het strand zelf is het weer genieten geblazen. Het loopt makkelijker dan van tevoren gevreesd en pakweg honderd meter voordat we dat strand weer af moesten wordt het weer mul en zwaar. Voor ons halve marathonlopers nog wel te doen, maar als je er op dat punt al 35 km op hebt zitten kan ik me voorstellen dat het wel een beetje zwaar is daar.

Onderweg goochelen er nog een paar posters met afstanden en moedigen je enthousiast aan met de mededeling dat het nog maar 4 kilometer tot de finish is. Kijk daar hebben we wat aan ! Als we zo’n vijf minuutjes later bij een lauwe sponzenpost aankomen worden we welhaast nog enthousiaster aangemoedigd en ook hier is het nog 4 kilometer !! In dat zangerige taaltje wordt er dan ook nog gevraagd of we er een koekje bij willen ? Wij kunnen daar niet om lachen.

Nog een klein stukje en dan komen we in West-Terschelling aan en we waren er van tevoren op gewezen dat als je de Brandaris ziet je er nog niet bent, want er moet dan nog een flinke lus gelopen worden. Met andere woorden: Al ziet men Kerck en Tooren staen dan is den Reisch nog niet gedaen !

Maar we komen erg ver lijkt het en na 2 uur 5 minuten en 47 seconden komen we met zijn vieren over de finish. Snel douchen dan, want we moeten gaan supporteren voor de echte kanjers van die dag en we zien ze op de snelsten na allemaal voorbij komen. Het is dan al een stuk kouder en vooral donkerder geworden en het grootste gevaar is om dan onderkoeld te raken.

Juttersbitter kan daartegen helpen, maar is tijdens het lopen zelf af te raden volgens het looptijdschrift Runners. Er wordt ons na de loop van dit spul aangeboden door een inwoonster van Terschelling en het smaakt geweldig ! Ik ben eigenlijk niet zo’n alcoholheld, maar hier krijg je een warm gevoel bij.

Loper 206 heeft zijn startnummer op de rug. Als hij over de finish strompelt vraagt de speaker of hij voortaan het nummer op zijn borst wil plakken. Voor de volgende keer, voegt hij er fijntjes aan toe. Zo kunnen we niet zien wie je bent. De loper lijkt het zelf ook niet meer helemaal te weten. Na 42 km en 195 meter kan je dit soort opmerkingen wel scharen onder de noemer, lekker belangrijk !!

We gaan op zoek naar onze kanjers en we vinden ze tussen de stands met de cranberriethee en de t-shirts. Het is best fris geworden en iedere finisher wordt voorzien van een kinky plastic regenjas. Karin van den Bosch blijkt maar liefst 20 minuten van haar PR te hebben afgelopen. Dat krijg je als je in het begin in je enthousiasme getemperd wordt. Dan heb je op het einde over. Magda ziet een beetje wit, maar dat mag Da na zo’n inspanninkje ! Dik sneller dan in Rotterdam ! John van Hoorn is inmiddels ook onder de magische 4 uur grens. Hij was nog niet helemaal tevreden, want hij had in het tweede stuk teveel tijd verloren naar zijn zin. Zomaar een willekeurige greep uit de prestaties van de Voornelopers. Iedere finisher is natuurlijk een winnaar. Ik begin een beetje soft te worden merk ik.

Terug op de kamer zien we nog een staartje van de marathon van New York. De strijd bij de dames. Paula Radcliffe wint. Je hoeft niet mooi te lopen om te winnen. De heren zien we niet finishen, want we moeten naar de prijsuitreiking bij de vertrekhal. Hessel zou ook gaan optreden, maar we worden iets opgehouden. Ik ben mijn fiets kwijt !! Ik heb me eerst scheel lopen zoeken naar mijn fietssleuteltje, maar in een flits kwam het in me op dat de sleutel best nog wel in het slotje zou kunnen zitten. We zetten een massale zoekactie op touw naar fiets no. 894, maar ook van de fiets met terugtraprem is inmiddels geen spoor meer te bekennen. Met het schaamrood op mijn kaken en inmiddels een paar centimeter kleiner onder de druk van het bijtende sarcasme van bepaalde iemanden meld ik het bij de receptie. Er wordt vrij laconiek op gereageerd. Ach meneer, kom morgenochtend nog maar even terug, er is nu niemand meer bij de fietsenverhuur. Die fiets wordt wel weer gevonden hoor, wilt u een andere ? Ik durf dit niet meer aan, maar mag op Angela’s fiets. Omdat zij volgens Ed de J. uit H. (volledige naam bij de redactie bekend) twee ons meer dan een toverheks weegt gaat zij achterop ! Lief zijn ze hè ? Angela dan !

Niemand van ons heeft een prijs en we verzachten de pijn met een gezellig etentje bij de Mexicaan van Midsland. Cactussoep, Tortilla’s, taco’s, nacho’s, flauta’s en een sombrero. We bollen een beetje uit. Het mag wel na zulke inspanningen.

Met een vol gevoel gaan we terug naar Boschrijck en als we via de centrale ingang langs de bar lopen zien we dat er nog bediening rondloopt. We willen nog wel een strandlopertje, een duinlopertje, een boslopertje én een weglopertje. De van oorsprong Tjechische mevrouw, die in Kralingen woont heeft het maar druk met ons want ze moet op zoek naar haar noodvoorraad Juttersbittertjes. We zijn met een stuk of 15 mensen. Er is in het begin nog wel enige samenhang in onze verhalen van de dag, maar allengs worden de verhalen vervangen door kleine staccato zinnetjes, die genoeg zijn om iedereen brullend van de lach onder de salontafel te krijgen. Sommigen onder ons verkeren permanent in deze staat, maar daar gaan we hier niet verder over uitweiden. We halen naar hartelust herinneringen op over het vroegere Klokijs en Patat uit ons dorp. Het pand waar Jaap Graaf tegenwoordig met zijn viszaak in zit. Klokijs en Patat had vroeger af en toe wel eens buitenlandse mensen in zijn zaak, die in zijn beleving maar raar praatten. Als de mensen dan om Two chips, please ! vroegen, liep ie steevast naar zijn vitrinekast met de legendarische vraag. Paprika of geweune ? Bij afhaalchips vroeg ie altijd : Krantje d’r om van der Hoek ?

De kruidenbittertjes doen dapper hun werk op de lachspieren en we besluiten om voor de bestellers van dit vocht een Steunfonds op te richten, want het is nou ook niet echt goedkope troep. Tirka de bardame besluit op het juiste moment dat het welletjes is en zachtjes gaan we terug naar onze kamers. Nog één nachtje op Terschelling.

De volgende dag besluiten we bijna unaniem om de boot van kwart voor één te nemen. Er moeten nog wel wat zaken geregeld worden en we moeten nog op zoek naar Brandarisdruipkaarsen om thuis van dit weekend na te kunnen genieten. En o ja om Tijs Knop te vertellen dat hij tijdelijk nog maar 1999 fietsen heeft.


klik voor mijn website op onderstaande link

www.edart.nl

dinsdag, oktober 19, 2004

ZONDAGMORGEN

ZONDAGMORGEN


Zomaar een zondagmorgen half in oktober ergens. Onze wekker die het geluid maakt van een schor luchtalarm loopt af en meteen zitten we rechtovereind op onze nieuwe Sultan Forsbacka IKEA matras met het predikaat best getest. Met verschrikte ogen meldt vrouwlief dat we de wekker te laat hebben ingesteld. Wie we ? bulder ik meedogenloos en sla haar kort en klein met het nachtkastje, sleur haar aan haar haren de trap af en stop haar beneden in de broodrooster. Dat vind ze niet leuk, merk ik aan haar reactie, want zij slaat mij op haar beurt weer midden op mijn bakkes met onze gietijzeren wok om me vervolgens met diezelfde wok en de vleesvorken uit ons multifunctionele Brabantiarekje aan het parket vast te spijkeren. Ik zeg sorry, ik bedoelde dat jij de wekker te laat had ingesteld en dan is alles weer koek en ei. We zijn misschien allebei gewoon een beetje gespannen.

Dat komt zo: In een onbewaakt ogenblik hebben we besloten beren te gaan slopen op Terschelling. Het geval waar we voor trainen heet in de volksmond de berenloop. Met zo’n zangerig fries accent klinkt dit al helemaal fantastisch.

Je kon er inschrijven voor een halve en een hele marathon en het is de bedoeling zo min mogelijk pijn te lijden als je daar dat eiland rond gaat huppelen. Dat moet bij voorkeur gaan gebeuren volgens de weg der geleidelijkheid genaamd training. En blijkbaar doen we dat het liefst collectief gezien de steeds groter wordende opkomst. Ondanks het feit dat het herfstvakantie is staat de parkeerplaats bij Hotel van Marion weer lekker vol ongeregeld volk.

Alleen Chris en Dieneke Mijer waren een beetje aan de late kant, maar bleken bij navraag iets opgehouden te zijn door een hardnekkige enquetrice, maar meneer de trainer weet het na het parkeren van zijn auto zelfs zo te draaien dat het lijkt alsof hij al die tijd op ons heeft staan wachten.

We zetten koers naar de boulevard om vervolgens rechts af te slaan. Langs het OVV terrein aan de Zwartelaan lopen we met een paar omtrekkende bewegingen door duttend Oostvoorne. De luchtvochtigheid is 95 %. De temperatuur rond 11 a 12 graden en het is heerlijk weer eigenlijk. Het tempo is gematigd vlot en de gesprekken levendig. Gonzend galopperen we door de Gijzenhoekweg of het kan ook de Molenweg geweest zijn, (maar omwille van de alliteratie hou ik het maar zo) om via de Hoefweg langs hardwerkende paarden in een tredmolen te lopen. Het landelijke tafereel roept verscheidene associaties met een hoog inkopgehalte bij ons op.

Je hebt wel eens van die mensen, waarvan je in een oogopslag ziet dat ze in permanente staat van verontwaardiging verkeren. Ter hoogte van het poldertje komen we er een tegen. Zo’n in mantelpak gehuld botoxhoofd in een 4-wheeldrive. Waarbij met name de frons en lachrimpels als gevolg van het lamleggen van de contracties van de huid volledig zijn verdwenen. Nou daar ga je er een stuk jonger en vooral vrolijker van uitzien hoor ! Gelukkig is er nu de revolutionaire Botox creme, die de gelaatstrekken zichtbaar corrigeert zo spiek ik in de folder die in mijn brievenbus was gevallen en vanaf 29 oktober verkrijgbaar is bij uw erkende drogist ! Slechts 109 euro per potje ! Dus dan hoeven we ons gelukkig niet meer uit de naad te rennen voor een jonger uiterlijk. Misschien kan je het in verband met die zichtbaar corrigerende werking het beste over je hele lichaam smeren. Maar ik dwaal af en over afdwalen gesproken. We zijn inmiddels beland in Voorne’s duingebied en op de Heveringen komen we een andere groep voornamelijk loopsters tegen. Vergezeld van een Jack Russell Terrier. Kort op de poten, staart eigenwijs in de krul , kordaat, beslisvaardig, luidruchtig, intelligent, uitermate vasthoudend en bovenal niet gek te krijgen. Je moet alleen wel af en toe goed oppassen dat je niet op zijn teentjes stapt, maar hij maakt zich al gauw geliefd binnen de groep en een kilometer of wat verder gaat het gerucht dat het hondje Chrisje heet. Een pietsie naief bedenk ik me dat we hier te maken hebben met een bijzondere toevalligheid en zie vanuit mijn eigen corpulente gesteldheid de ongepastheid van het maken van grappen over iemands uiterlijk in. Leuke naam voor een hondje denk ik nog, terwijl onze wegen zich scheidden.

Wij gaan steeds dieper het duingebied in en de meesten van ons kennen hier de weg slechts matig of gewoon niet. We zitten in Strypemonde en niemand durft hier het voortouw te nemen en daardoor worden Jaap Graaf en Anette Kluijtmans tegen wil en dank als gidsen aangesteld omwille van hun natuurlijk leiderschap. Dit blijkt geen enkele garantie te bieden in dit gebied en in de beleving van velen onder ons maken we twee tot vijfmaal hetzelfde rondje. Maar niemand die daarom maalt. We kakelen stevig verder met zijn allen en na een verbaal akkefietje met La Beekhuizen over het positioneren binnen de groep en de constatering dat ze vanuit haar optiek toch maar gewoon vóór me loopt in plaats van achter me (kortom het gaat ook wel eens helemaal nergens over), meent heer Mijer het voor haar op te moeten nemen. De opmerkingen zijn dusdanig van aard dat mijn oude oorlogswond spontaan begint op te spelen en de heer Mijer sneert dat het hier dan louter om een tongverstuiking zou kunnen handelen. Hij zit er helemaal naast maar het prikkelt me dusdanig dat ik nu toch maar even wil memoreren, dat ik pakweg een uur geleden een hondje had gezien dat heel erg op hem leek en in de volle overtuiging dat het hondje Chrisje heet vertel ik hem dat. Uitgerekend op dat moment komt ter hoogte van de Duinzoom onderhavig dier met gevolg koninklijk door ons gezichtsveld rennen. Volkomen synchroon aan het commentaar. Als je het over de duvel hebt.

We hebben er dan al bijna één uur en drie kwartier opzitten. Best wel aardig inspannend met een dergelijk hoge luchtvochtigheid en de meesten houden de training voor gezien. Ook Ben Mol die op zijn zachts gezegd toch wel het een en ander gewend is verzucht dat het best wel zwaar was. Hij is herstellende van een blessure. Toch is er nog een groep dappere kanjers en kanjeressen die begin november de hele marathon gaan lopen op Terschelling en zij plakken er nog minimaal een ronde Oostvoornse Meer aan vast, zodat ze aan de drie uur trainingstijd zullen gaan komen. Ga er maar aanstaan op een willekeurige zondagmorgen ergens in oktober.

www.edart.nl

vrijdag, september 17, 2004

halve marathon van rotterdam

HALVE MARATHON VAN ROTTERDAM

Zondagmorgen behoorlijk vroeg in de auto op weg naar de carpoolplaats. Het is nou niet echt het mooiste weer van de wereld. Everyone knows it’s windy en ik weet het nu ook ! De volkswagenbus zwabbert over de weg en de radio staat op Vroege Vogels. Boven het windgeruis uit hoor ik duiven koeren en de meneer van de universiteit van Wageningen legt uit dat de koerfrequentie van lachduiven te maken heeft met het gebruik van speciale supersnelle spieren, die zich binnen 10 milliseconden samentrekken en ook weer deels ontspannen.

Kijk met dit soort informatie kan je verder in het leven. Hier zitten we toch met zijn allen op te wachten, of niet soms ? We weten inmiddels sinds deze week dat papagaaien praten met hun tong, maar dit is toch ook niet mis. Het koeren gebeurt dus met een spier !

Over mijn eigen spieren heb ik zo mijn twijfels. Zou het andijvieprakkie met spekkies en een gekookt eitje van gisteravond mijn speciale supersnelle spieren hebben voorzien van adequate brandstof vraag ik me af terwijl ik de carpoolplaats opstap. Met medestrijders Ed de J uit H., Angela, Corry, Wilfred, Magda, Peter en Karin gaan we de Halve Marathon van Rotterdam aanvallen en daartoe moeten wij provincialen met de ….. metro, althans dat wordt van alle kanten aanbevolen en dat is voor ons toch wel weer een beetje wennen. Gelukkig worden we met een onvervalst rotterdams accent joviaal van advies voorzien door ome Kees, die daar toch als een soort hangoudere op zijn fiets maar een beetje rondhangt. Je mot daaro heen, wijst ome Kees, de metroman en vanuit het altijd gezellige metrostation Zalmplaat stappen we in op de gloednieuwe lijn naar Zevenkamp. Ik denk bij gloednieuw ook wel eens aan fluisterstil, maar het lijkt wel alsof ze de rails te smal hebben gemaakt voor de wagonnetjes, alsof je met je nagels over een schoolbord rijdt.

We zijn vroeg. Sommigen moeten hun startnummer nog ophalen en rond de stand van de organisatie lopen een paar struise dames, die goed opletten of je wel genoeg te doen hebt. Als je de indruk geeft, dat je wel wat tijd over hebt, komen ze op je af. Zwaar bewapend met een pen en een klembord. Mogen we u een paar vragen stellen ? vraagt één van de mevrouwen. Mwaah, doe maar, hoe lang duurt het ? Niet zo lang hoor, verzekert ze me, en ze tovert een aantal stencils tevoorschijn ter dikte van een telefoonboek. Vast en zeker inclusief de instructies voor de enquetrices stel ik mezelf gerust.

Of ik dan nu de vragen in wilde vullen. Zoals, hoe vaak per week loopt u, hoe lang, alleen of in een groep, loopt u wedstrijden, hoeveel kilometer dan, hoeveel per jaar, heeft u speciale kleding, zo ja welke, hoeveel paar schoenen per jaar, wanneer de laatste paar, welke merken schoenen kent u, (let op ! de enquetrice mag niet helpen, staat er in vetgedrukt lettertype) leest u loopbladen, zo ja welke, iedere maand ? Ik besloot om er maar even bij te gaan zitten, dat mag bij kruisverhoren en nam plaats achter de opgestelde tafels en stoelen en wek nu schijnbaar de indruk dat ik bij de organisatie hoor. Maar ik geef geen kik en ga dapper door met de vragen. Vind u uw gebruikte sokken prettig ? Draagt u een zonnebril, en terwijl ik aan het doorslaan ben en op het punt sta om te gaan bekennen zie ik dat de anderen met wie ik ben gekomen inmiddels hun startnummers hebben gehaald en te kennen geven verder te willen. Dat vind ik een aardige aanleiding om met het invullen van de enquete te stoppen. Ik moet weg, mevrouw ! Het spijt me enorm ! Ziet u die lieve mensen daar lopen? en ik zwaai even naar ze. Maar de pronte enquetrice wilde van geen wijken weten. Ja zeg, sputtert ze, u bent er nu mee begonnen en dan moet u het eigenlijk ook afmaken hoor ! Probeert ze nog en ik kreeg al visioenen over welke merken shampoo ik na het sporten gebruik en hoe lang ik daar dan mee doe ! Dus in vriendelijke bewoordingen met de strekking -van bekijk het effe lekker met je enquete- vraagt de mevrouw met de veel te grote bril hoe ik heet en of ik mijn naam en telefoonnummer wilde achterlaten om het formulier telefonisch af te maken! En ik besluit om toe te stemmen. Per slot van rekening doen deze mensen ook maar wat ze zijn opgedragen om een paar centjes te verdienen en ik hoor me zeggen dat mijn naam Mijer is. Chris Mijer, mevrouw ! Met een lange ij. 0181 – 315187

In Hazzebazz gezellig samenzijn met koffie en een krentenbolletje van Karin (het is niet toegestaan zelf meegebrachte etenswaren te nuttigen, stond er op een bordje en daar houden we ons dan aan) En dan wordt het wel zo’n beetje tijd om een kleedruimte op te zoeken en dat bleek allemaal keurig verzorgd. Ietsje minder is dan dat er een mevrouw alleen naar mij toekomt met de vraag of ik mijn startnummer wil laten zien. Het is net of ze niet wil geloven dat ik hier ben voor de halve marathon. Ze is zelf ook ietsje aan de zware kant namelijk, maar het kan natuurlijk ook puur toeval zijn. Gelukkig kan ik mijn startnummer uit mijn tas vissen.

Rond kwart voor twaalf is het eigenlijk wel aardig weer, lekker zonnetje, het waait weliswaar behoorlijk, maar het eerste stuk tot aan het keerpunt hebben we er geen last van. Het veld is niet zo massaal als in april, maar toch weer massaal genoeg om elkaar uit de wind te houden op sommige stukken. Streven is om onder de twee uur te lopen, terwijl de kenianen hun best doen om de twee rondjes onder één uur te lopen. Zo heb je allemaal je eigen wedstrijdje. Ik zie af en toe wat bekenden aan de overkant van de weg en onderweg kom ik Eddie van Annie ook nog tegen. We zitten op ongeveer dezelfde tijd en golflengte. Zo net onder de twee uur.

1.58.44 staat er op mijn klokkie als ik hem heb ingedrukt en ik loop om me heen te kijken of er geen bekenden te zien zijn. Plotseling zie ik mijn enquetrice staan. Ze herkent me nog en roept naar me. Goed gedaan hoor, meneer Mijer, we bellen hoor !


www.edart.nl





maandag, augustus 23, 2004

DREKREES 2004

De crème de la crème van de vaderlandse drekreestop zou zaterdag in Schipluiden tezamen komen voor de DREKREES 2004. Een zware natuurlijke selectie gaat aan dit evenement vooraf, want je moet toch op zijn minst enige fijnzinnige vertakkingen in het hersenweefsel missen om hiervoor in aanmerking te komen. Na een serie gesprekken met psychiaters, sportpsychologen, haptonomen, inspanningsfysiologen en voedingsdeskundigen waren we er uit. Ik ben geknipt voor deze sportactiviteit. Op vrijwel alle criteria scoorde ik hoog. Zowel fysiologisch als mentaal. Ik heb zwembanden, eet ruim voldoende, hap heel snel, doe aan sport bij Voorneatletiek en heb het, mede daardoor, vaak heel moeilijk. Ik mag meedoen.

Onderweg naar Schipluiden op de autoradio tussen de Olympische verrichtingen van Teun, Jan en Theo de verkeersinformatie. Rondom het Westland waren een aantal wegen afgesloten omdat er slangen over de weg lagen om het overtollige water uit de polders weg te pompen. Zou het wel doorgaan ? Ik voelde blijdschap in me opkomen. Het begeleidingsteam bemerkte dit en riep me tot de orde. Gewoon afwachten hoe het parcours er bij lag. Bij aankomst bleek het Waterschap aldaar de toestand onder controle te hebben.

De drekrees gaat gewoon door. Deze hardloopwedstrijd van 4,2 km. met 62 sloten varierend van een greppelslootje van 50 cm. breed tot een trekvaart van bijna 20 meter. Simon Vroemen zou er bij kwijlen. Dit even voor een beter begrip van waar we het hier over hebben. In alle sloten kun je volgens de organisatie staan. Maar het liefst niet te lang omdat je dan de overige deelnemers ophoudt. Volgens de statuten en bepalingen is het niet toegestaan om in zeven sloten tegelijk te lopen.

Een aantal mensen deden niet mee. Zij hadden plotseling visite gekregen. Sommigen moesten werken en een heel groot gedeelte had autopech gekregen. Kan gebeuren natuurlijk en zo bleven we met zijn zeven drekreezers over. Ed Simonis, Hans Houps, Corné Zwinkels, Wilfred Barendse, John van Hoorn, Angela de Jong en Ed van der Hoek. Allen begeleid door een verrassend groot aantal mental coaches.

In onze speciaal voor de gelegenheid geprepareerde drekreestenues van het merk Drekline heb je het gevoel de hele drekwereld aan te kunnen. De verwachtingen waren torenhoog gespannen. De warming-up liep geweldig. Tactisch alles voor elkaar en ook het zien van de uitermate bevallige Drekkwien doet je hart sneller kloppen en mede hierdoor wil je alles op alles zetten om hier te winnen.

Nog tien seconden tot de start, De spanning stijgt voelbaar. Met zijn allen bij elkaar op dat weiland geeft een heel aparte trilling van de grond. Alsof je dwars door het weiland heen kan zakken, maar dan klinkt gelukkig het startschot. Zo’n kleine 70 a 80 meter heb ik nog hoop om met de eersten mee te kunnen, maar bij de eerste de beste sloot was het al raak. Vast ! In de prut ! Waza-ari ! Net niet op mijn rug, maar in de wurgende houdgreep van de zuigende zooi. Als je je linkerbeen bijna los hebt gewrikt zakt je rechterbeen nog dieper in de shit en het is nu zaak om iets aan de slootkant vast te grijpen. Kalmte kan u redden ! schiet door me heen en ik zie rondom me soortgelijke verschrikte gezichten en ruik een ondefinieerbare geur. De geur van angst en modder. C’est parti ! Ik kijk hoe anderen zich eruit werken door het groene spul langs de kant van de sloten vast te grijpen, maar waar ik sta zijn er alleen distels en brandnetels. Het moet maar en ik slaag erin om me eruit te wurmen. Nog 61 sloten te gaan !

De tweede sloot is de trekvaart. Duiken verboden, maar omdat je nog kracht hebt wordt het een bommetje. Tot je nek in de drek was het devies van de organisatie. Ditmaal brengt een aangeboren handicap gelukkig uitkomst. Mijn platvoeten zorgen ervoor dat ik niet dieper wegzak en ik krijg gelukkig maar drie slokken slootwater binnen. De ondergrond voelt als in koffie gesopte mariakaakjes, maar ruikt anders. En het publiek op de brug dat me eerst zo sympathiek voorkwam krijgt in mijn beleving het voorkomen van ramptoeristen. Ik zie SBS microfoons staan van Hart van Nederland. De Telegraaf is er en dit zegt misschien wel genoeg. Ze fotograferen John van Hoorn als hij de sloot uitkruipt. John lacht (nog) niet op deze foto.

Na de brede sloot is het wat beter te doen. Het gras langs de kanten staat relatief hoog en dus kun je er goed uitkomen. Het gaat lekker ! Sloot zestien moet met een sprong zijn te overbruggen, althans, ik heb het anderen zien doen. Ik besluit het ook te gaan proberen, want inmiddels had ik me conditioneel en mentaal weer wat herpakt. Wel is het zaak om de aanloopsnelheid flink te verhogen en het is de bedoeling om tussen de roodwitte vlaggetjes uit te komen. Nog drie a vier meter verwijdert van het afzetpunt voel ik dat ik niet helemaal fris uit ga komen. Een kleine balansverstoring zorgt ervoor dat ik meer de hoogte in ga dan de diepte en op 20 centimeter vóór de overkant komt ik met twee benen in een hoek van 45 graden onder de oever tot stand. Niks nahupje ! Ik hang met mijn rug in het water en het is Ippon ! Met geen mogelijkheid kan ik me naar voren strekken en ik lijk gedoemd ter plekke de rees te moeten beeindigen.

Voor mijn gevoel zat ik er minutenlang en de mensen die ik eerst gepasseerd was gingen mij nu op hun beurt weer voorbij, onderwijl vriendelijk heu zeggend. Ik zei maar heu terug en juist toen ik de moed op begon te geven hoorde ik achter me. ’Hee Ed ! Ga je lekker ?’ En even later werden me twee helpende handen toegereikt en kon ik verder. Bevrijd uit mijn benarde positie door Hans Houps en Angela de Jong ! Geweldig ! Ik was terug via de herkansing en vanaf dat moment hebben we elkaar niet meer uit het oog verloren. Dit was de manier om deze sloten te lijf te gaan, want er is altijd wel één gelukkige die de overkant haalt en de ander de helpende hand toe kan steken. Gelukkig heb ik me ook een paar keer nuttig kunnen maken en zo vonden wij gedrieen de formule om dit zinloze geweld de baas te kunnen.

Uit het feit dat wij dit allemaal zelf uit hebben moeten vinden blijkt ook dat de huidige trainingen bij onze club tekort schieten. Het hoge woord moet er maar even uit. Er moet gewoon veel vaker drekreesspecifiek getraind worden zodat wij ook volgend jaar goed voor de dag kunnen komen. Ik denk hierbij om op de dinsdagavonden en de donderdagavonden de sloten van de Bollaarsdijk, de Heindijk, het Spuij en aansluitend de haven bij het Maerlant op te nemen in de trainingsroute. Helaas ben ik dan zelf gezien de trainingsactiviteiten van mijn vrouw niet in de gelegenheid om dan te komen trainen, maar ik geef het u ter overweging, dames en heren trainers. De opkomst zal zeker hoog zijn. Denk ik.


www.edart.nl

donderdag, augustus 12, 2004

CARNE PICADA AL GRILL

Dinsdag 20 juli 2004

Om 10.30 u. vertrokken uit Oostvoorne. Op weg naar de Costa Brava. Vrij probleemloze reis behalve dan de file bij Antwerpen en ons abonnement op de verkeerde afslag bij Lille. Bij Parijs was het in de tunnels wat duister, maar dit werd hoofdzakelijk veroorzaakt werd door mijn eigen zonnebril op sterkte, maar de weg vinden naar de goede afslag is desondanks toch gelukt.

Het klinkt wel chic om in Hotel Le Parc in Clermont Ferrand te overnachten, maar het is slechts één van de vele vergane gloriehotelletjes, die de strijd met de Formule I en de ETAP’s duidelijk hebben verloren. We overnachtten in een entourage die een jaar of vijftien geleden door liefhebbers van het genre beslist als smaakvol moet zijn ervaren, maar het doet nu zonder meer lachwekkend aan. Een soort verlopen en verkleurd zalmroze velours doet dienst als wandbekleding en geeft een hele typische muffe geur af. We hadden het door de drukte in het gebied niet echt voor het kiezen, maar ondanks dit alles was de absolute stilte rondom het hotel wel prettig. Alleen het zachtjes ruisen van de wind in de bomen was hoorbaar.

Woensdag 21 juli 2004

Weer op weg. Vaak is het Motorbremsen geblazen. Die duitsers hebben het toch maar weer mooi voor elkaar om daar één woord voor te vinden, waar ze in de andere moderne europese talen complete zinnen voor nodig hebben.

Bij Millau zijn ze bezig met het bouwen van een een gigantisch viaduct en dit is de oorzaak voor wat oponthoud. Al het verkeer wordt dwars door Millau omgeleid, compleet met stoplichten op verdekte plaatsen en vervaagde zebrapaden.

Bij Béziers toch nog een keer verkeerd gereden. In volle vaart afslagje gemist, maar vele wegen leiden naar Camping Internacional de Calonge. Zo rond half twee in de middag kwamen we het holletje met een gevoelsstijging van 35 % oprijden. Djiezus wat een helling ! Halverwege staat het ontvangstgebouwtje. We worden er direct in het Nederlands aangesproken. Dat schept per slot van rekening toch een band natuurlijk. Het is ons tweede verblijf op deze camping, dus we zijn al ietwat voorbereid op het scenario dat volgt en we doen ons voor als modelkampeerders. Na het inchecken worden we voorgegaan door een van de spaanse medewerkers op een klein snerpend brommertje met een kapotte uitlaat. Hij wijst ons een plekje aan dat op het eerste gezicht al aan de krappe kant lijkt, maar toch proberen we de positieve punten van deze plek in te zien. We zitten lekker dicht bij de glasbak, we zitten direct langs de doorgaande weg, we zitten lekker ver van de toiletten en we hebben tenminste vier bomen in het midden van het plaatsje. En tenslotte ook nog een mooi gietijzeren hek waardoor we tenminste onze tent niet uit kunnen vallen.

Het lukt om een nieuwe plaats te krijgen en voor de tweede keer die dag zetten we onze tent op. Dit keer onder het toeziend oog van een complete familie met aanhang. Zusters, zwagers, neefjes, nichtjes en buurman en buurvrouw met de eigen kindertjes. We proberen de onuitgesproken commentaren te negeren en dapper ga ik door met het krom rammen van vele tentharingen en ook dit keer lukt het om het geval uiteindelijk strak op te leveren aan de buitenwereld. Buurmannen voelen dit haarfijn aan. Buurmannen doen ook altijd hun uiterste best om de tent keurig neer te zetten. En buurmannen doen er alles aan om een goede sfeer te creeren.

Ieder jaar vergeet je wel iets belangrijks. Dit jaar was het onze kroonluchter. Daar kom je natuurlijk achter als je letterlijk en figuurlijk het donker in begint te schrijven. Een doorgesneden plastic fles met fitting, die mijn zwager Arie Adrianus vorig jaar had gemaakt toen hij met hetzelfde probleem zat bracht uitkomst. En er ware weer een beetje licht in ons bestaan.

Donderdag 22 juli 2004

Voor op het strand hebben we dit keer onze blauwe parasol uit de tuin meegenomen, maar tot mijn grote ergernis en die van een aantal andere badgasten vliegt het ding bij de eerste de beste windvlaag metershoog door de lucht. Er zit geen punt aan de houten steel aan en hierdoor kan hij niet goed in het zand kan blijven staan We hadden ons keukenmes meegenomen dus er was een gerede kans dat het me zou lukken om er een puntje aan te snijden. In kleermakerszit heb ik in het onbarmhartige zonnetje een fantastisch mooi geometrisch en volkomen kloppend puntje aan de tropisch hardhouten steel zitten snijden alsof ik me dagelijks bezig houd met parasolpuntenslijpen en terwijl ik vreselijk op sta te scheppen over het feit dat ik zo geweldig ben slaat de wind eronder en breken bijna alle baleinen finaal af. Ik had net de zin afgemaakt dat het zo fijn was dat we toch geen nieuwe hoefden te kopen. We hebben die middag voor de nodige verkoeling voor het merendeel in het water gelegen en we zijn mooi egaal rood geworden.

’s Avonds onder flamencogeluiden de afwas staan doen en opzichtig staan blitsen met mijn verjaardagscadeau. Ik ruik afgunst van mijlenver en hier was een zeer sterke geur aanwezig. Groen en geel van jaloezie stonden de mensen om ons heen mijn cadeau te bewonderen. Ik ben namelijk sinds begin juli de trotse bezitter van een semi-professioneel design-afdruiprek voor op de camping van het gerenomeerde merk Sturm. Het ding is volledig uitneembaar, makkelijk afwasbaar en o zo gebruiksvriendelijk. Het is vervaardigd van een modieus beige plastic, het weegt haast niks en toch is het reuze stabiel, vertel ik de omstanders. Met plaats voor wel 10 borden en 20 eenheden bestek zodat je af en toe een afwasje over kan slaan, ideaal voor kleine en grote gezinnen.

Vrijdag 23 juli 2004

Terug van de markt in Platja d’Aro zitten buurmannen doorgaans op je te wachten, zodat ze fijn van dichtbij mee kunnen maken hoe jij je bus achteruit tegen een stoffige helling van ongeveer 10 procent parkeert. Het is de wet van Murphy. Buurvrouw en de twee jongste kinderen zitten er ook. Allen keurig in een geometrisch perfecte ruit en ik ga mijn uiterste best doen om dit inparkeren tot een goed einde te brengen. De moeilijkheidsfactor is vastgesteld op 2,4 en ik kan hier mede gezien de stand van de boom en het muurtje flink wat punten gaan halen, maar door een aantal onvoorziene stenen slipten de wielen behoorlijk door en hierdoor komt er, het moet gezegd, flink wat stof vrij. Ik maak een verontschuldigend gebaar, maar kan uit hun reactie niet opmaken of dit al dan niet geaccepteerd wordt. Ik krijg van de jury een ietwat teleurstellende 5,1 voor het idee en voor de technische uitvoering een 4,9.

Zaterdag 24 juli 2004

Vanmorgen toch maar de hardloopschoenen aangetrokken voor een duurloopje. Het merendeel van de camping is dan nog in diepe rust met hier en daar een stevige snurker. Het is best wel een aparte ervaring om rond 7 uur langs al die caravans en tenten te lopen. Het is al behoorlijk klam. Een paar duiven zitten heel typisch te koeren. Er was er zelfs een doffer die er een variatie op had ontwikkeld. Met een soort herhaling van het allerlaatste geluid alsof er een vertraging in zat. Een soort experimenteel gekoer. Vast een alternatieve duif.

Heb zo’n kilometer of dertien a veertien gelopen over de boulevard van S Antoni en Palamos en vanaf de haven nog een stukje naar de jachthaven aan de andere kant van de heuvel, langs de barakjes waar de oude vissers onderhoud plegen aan hun visgerei. Op de terugweg is het zachtjes aan steeds drukker geworden met wandelaars, joggers en mountainbikers. Sommige mensen groeten elkaar, maar een groot deel lijkt zwaar in zichzelf gekeerd. Er zit ook een jong stelletje op een bankje waarvan het meisje in tranen is. Je kan er van alles bij verzinnen.

Ik blijf even na zitten transpireren en kijk met mijn giechel recht op de tent van de buurman. Het lijkt wel experimenteel theater. Even lijkt het erop alsof de buurman de hele camping gaat stofzuigen, maar zijn snoer is te kort. Buurvrouw komt drie keer in een smetteloos wit en vooral schoon shirt en alweer een strakke nieuwe short de tent uithuppelen. Zogenaamd ongewis over onze aanwezigheid. De hele tent ademt symmetrie en minimalisme uit. Op iedere hoek van de overbekende groene gaatjesmat staan de slippers. Nergens hangt wasgoed, maar de knijpers hangen wel precies een halve meter uit elkaar aan de schematisch opgehangen waslijn.

Het campingrestaurant presenteert vanavond een goochelaar. Het leek Roos wel interessant om daar eens te gaan kijken, maar komt al na een kwartier weer terug en verzucht dat de goochelaar een enge vent is die niet met kinderen om kan gaan. We horen hem nu ook tekeer gaan tegen die arme kindertjes. Bij de buren is een oppas vreselijk bezig de kinderen te betuttelen. Ik schat de jongens rond 7 en 10 jaar. Jullie moeten voor je gaat slapen nog wel een plasje en een drukje doen hoor jongens, hoor ik haar de kinderen toeroepen. Ik heb vanavond 4 bastognekoeken, 1 reep chocola met crispie stukjes rijst, anderhalf bord spaghetti, 1 ensalada de pollo, een kwart emmer mierzoete popcorn, een half zakje chips en vele koppen thee met suiker naar binnen zitten werken en ik heb de campingblues.

Zondag 25 juli 2004

Wakker geworden met rare droomnasmaak. Als een kruising tussen batman, een ninja turtle en een commando heb ik me in mijn dromen zeer agressief gedragen en ik was nog eens de goodguy ook nog. George Bush feliciteerde me nog met de overwinning in de strijd tegen de evil do-ers. Om zo wakker te worden is geen pretje. Het is de tol van het omschakelen naar het campingleven. Het vergt wat tijd en moeite en dat vertaalt zich in onrust.

De boeken die ik de laatste weken heb gelezen waren ronduit kut. Na een teleurstellende God’s Gym van Leon de Winter vond ik de Zonnewijzer van Maarten ’t Hart ook al iets met peren. En tegelijkertijd lees ik dat de duitsers het boek wel goed bevallen is en het zelfs gaan verfilmen. Ook Remco Campert’s Tot Zoens heb ik na een paar verhalen in de hoek van de tent gemieterd. De Eetclub van Saskia Noort zat ook nog in mijn tas. Bij het woord Literaire thriller krijg ik doorgaans wel een beetje argwaan, maar dat blijkt niet op zijn plaats. Het lijkt lekker pretentieloos en leest lekker weg en je hebt gewoon zin om het boek in een ruk uit te lezen. Niet meer of moeilijk aanspreekbaar zijn moet toch een aardige indicatie voor leesplezier inhouden.

En ruw word ik middenin het verhaal gestoord om naar de Mercado de Pesca in Palamos te gaan. In mijn beste spaans vraag ik waar deze is, maar we worden van hot naar her gestuurd. En bajo, beneden in het vissersplaatsje. Dat leek ons in eerste instantie al logisch en op de parkeerplaats aldaar schieten we de parkeerwachter in vol uniform aan. Een absoluut afgebeten –manana- met één opgetrokken lip maakte wel duidelijk dat we het zoeken konden staken.

Maandag 26 juli 2004

‘s Ochtends18 kilometer hardgelopen en daardoor ’s middags op het strand dutje gedaan onder parasol en ’s avonds vroeg naar bed. Aan mij hebben ze deze dag niet veel gehad.

Dinsdag 27 juli 2004

Vandaag aan de bak zogezegd, want Barcelona stond op het programma. Met de trein vanaf een dorpje iets landinwaarts regelrecht naar het centrum. We hadden buiten touristje spelen toch een duidelijke missie. We waren op zoek naar een zwembril op sterkte, want we hadden geboekt voor een middagje snorkelen en aangezien we allebei zowel onder als boven water weinig zien zonder bril zou dit een verantwoorde aankoop betekenen. Via de grootste sportzaak en enkele trendy opticiens met bereidwillig vriendelijk personeel kwamen we uit bij Cottet. De hele tent ademt een vreemd soort chique uit met tot op het bot getrainde medewerksters, die onder een streng regime staan. Gewoon een beetje rondkijken is er daar niet bij. Geen touristje spelen. Niks kijken, kijken en niet kopen. Niks grappige brilletjes passen. No nonsens alstublieft en in keurig engels word je naar een zitplaats gedirigeerd. Nee dames en heer. Hier kom je niet vandaan zonder een aankoop te doen en daar hoopten we natuurlijk ten zeerste op. En inderdaad. Uit een streng eikenhouten bak komen een paar zwembrillen met de door ons verlangde sterkte. Het kost een paar centen uiteindelijk, maar het brilletje zit perfect en we kunnen er zelfs allebei perfect door zien. Op de vraag of we hem meteen op mogen houden wordt niet gereageerd. Geen grappen hier alstublieft.

Verder is er in deze stad genoeg te doen en te beleven, maar heb je natuurlijk tijd tekort. Toch nog volgend rijtje steekwoorden. Swatch, Bus Turistic, Monjuic met de kabelbaan, Miro Fondacion, Ramblas. In de trein misselijk geworden en suf geluld door een nederlandse kletstante. Weet niet meer in welke volgorde.

Woensdag 28 juli 2004

Stranddag. Far far away een paar wolkjes. De branding klotsend tegen de fijngestampte steentjes, dat je ook wel zand kan noemen. Op de achtergrond het geluid van gillende kinderen en zwetende volleyballers. We testen onze nieuwe zwembril. De kokosnotenman komt voorbij en in het water ligt een Mexicaantje met oranje hoed en gigantische voeten, drijvende lippen geflankeerd door een crocodile van een italiaanse familie en een afschuwelijk wit gezin. Met een bijna aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat het engelsen zijn.

Donderdag 29 juli 2004

16 kilometer gelopen in een wat rustiger tempo dan een paar dagen geleden zodat mijn gezin voor de rest van de dag ook nog wat aan me heeft.
Ondanks mijn yatzee met eenen weer niet gewonnen met dobbelen. Bijna volle maan. Ben dan normaal wat onrustig en vliegen mijn gedachten en gevoelens als een dronken aap heen en weer. Ook nu is het weer niet anders.

Vrijdag 30 juli 2004

We hebben om 15.00 u. afgesproken in de haven van l’Escala. Hebben een uur in de auto gezeten hiervoor. Om 14.45 u. op de afgespoken plaats, maar in het hokje van de organisatie alleen maar een briefje met een telefoonnummer. Ik bel het nummer, maar krijg geen gehoor. Er komen nog twee snorkels aanlopen, die ons vertellen dat zij bij the big boat hebben afgesproken. Wij volgen de twee een beetje en uiteindelijk zitten er langs de kade nog een vijftiental andere mensen. Gedwee wachtend komen er rond 15.15 u. twee hombres aanzetten, die wel eens iets met het gesnorkel te maken zouden kunnen hebben. En inderdaad. Het zijn de schipper en de gids. We klimmen aan boord van de open houten schuit met alleen voor de schipper een stuurhuis. Vanuit het vooronder worden allerlei bakken met vooral natte swimsuits, duikbrillen en flippers naar boven getakeld. We worden getaxeerd op maat en krijgen zo’n nat geval aangereikt. Later ! zegt de spanjaard en ik maak daaruit op dat we het nu nog niet aan hoeven te trekken godzijdank. Het ding stinkt geweldig naar natte was, een geur die je eigenlijk nooit meer vergeet. De snorkels zelf zijn nu ook verdacht. Ik heb het gevoel dat ontsmetten niet echt in hun woordenboek voorkomt en het vergt wat relativeren om over mijn latente smetvrees heen te stappen en dat apparaat later in mijn murw te stoppen. Met spa rood probeer ik het ding een beetje om te spoelen en ik leef nog steeds.

We krijgen trouwens behoorlijk de tijd om aan de boot te wennen en nergens konden we uit opmaken, dat de schipper aanstalten ging maken om de boot los te gooien. Het was een soort wachten op Godot. En na een tijdje ben ik tot grote vreugde van de andere passagiers door mijn grappen heen.

Er komt een grijze rubberboot met duikers en duikapparatuur op de boot afvaren en deze wordt achter de boot gebonden en daarop was schijnbaar dat wachten gebaseerd. Na een boottocht van ongeveer twintig minuten kwamen we aan bij een grillige rotspartij. Ankertjes uit en toen mochten we ons letterlijk in onze zwempakjes gaan hijsen. Mijn zwager en ik. Twee lichtelijk corpulente en half kalende veertigers werden ons ineens pijnlijk bewust van onze reservespieren, maar het lukte ons om het geblubber achter de rits te krijgen. Alleen bewegen was er nu niet meer bij. En wij prezen onszelf zeer zeer gelukkig over de afwezigheid van vereeuwigende apparatuur.

De instructeur annex gids bediende zich gedurende de excursie van de volgende instructies: Put on your suits, hurry en follow me en daarna hebben we tot op het moment dat we weer in de boot klommen niks meer van de goede man gezien of gehoord.

Het was dan ook voornamelijk voor Roos, die het in het zwembad vroeger al moeilijk had met duikbril en snorkel een kwestie van heel snel aanpassen en dat werd bewonderenswaardig gedaan door dit juffie van tien jaar. Het is sowieso best een klus om je kop erbij te houden en vertrouwen te hebben dat je door je mond blijft ademhalen. Met een kluitje snorkelaars gingen we dus zonder aanvoering van onze guia naar een grotje. Een blauwe kwal danste onder ons door. Normaal ben je zonder bril en snorkel ongewis van de wereld onder je. Nu heb je controle. Roos is normaal zelfs al bang voor het woord kwal, maar als je alles op je gemak kunt inschatten en bekijken geeft dat rust en vertrouwen. Bij haar dan althans. Ik moet zelf nog behoorlijk wennen. Zwem in de grot af en toe tegen anderen op en wordt ook zelf onverwacht hard aan mijn flipper getroffen. De dader verontschuldigd zich, maar ik versta er helemaal niks van als ze wat zeggen met een snorkelpijp in de mond.

In de grot liggen op de bodem wat bijzondere wiersoorten en anemonen en mijn zwager Ad moet zich als aquariumliefhebber wel erg op zijn plaats voelen. Ik wil nu ook wel eens kijken hoe hoog zo’n grot nu eigenlijk van binnen is. Behoorlijk ding denk ik nog terwijl ik naar boven kijk, maar tegelijkertijd loopt mijn snorkelpijpje vol met koud zout water en gorgelend en hoestend slik ik behoorlijke hoeveelheden in.

In een snorkeluitrusting zien we er vooral boven de waterspiegel vaak hetzelfde uit en dit nekt me, want na een intensieve speurtocht naar erg zeldzame vis- en plantensoorten ontwaar ik ineens een mooi visje met een soort baardje op de bodem. Een barbeeltje of zoiets en ik gooi triomfantelijk mijn pijpje uit mijn mond en ik begin tegen mijn achterbuurvrouw, van wie ik dacht dat het Loes was ineens te kirren dat ik een modderkruiper/grondelachtige had gezien, maar er werd eigenlijk maar matig op gereageerd. Wel heel erg gek want ik had meer enthousiasme van mijn lieve vrouw verwacht. Het zou nostalgische herinneringen op moeten roepen naar hun binnen de familie veelgespeelde kwartetspel met diverse inheemse en uitheemse vissoorten. Toen ik wat beter keek bleek het een van de dames van de twee brabantse stellen te zijn en in haar ogen zag ik dat ze direct aangifte wilde gaan doen. Ik probeer het nog uit te leggen van dat kwartetspel, maar het verdere verloop van de snorkeltocht bleef die mevouw toch angstvallig uit mijn buurt.

Een beetje opgelaten besluit ik nu maar zwager, vrouw en kind op te gaan zoeken en zij bleken ook een prachtige ontdekking te hebben gedaan. Een octopussy. Voor het eerst zagen we er een buiten de dierentuin, echt een prachtig zeewezen en toen Loes hem nog eens wat duidelijker aan wilde wijzen voor de andere mensen, maakte het dier zich plotseling heel groot alsof het wilde zeggen dat het nu wel weer even met rust gelaten wilde worden.

Na pakweg een half uur wordt het zelfs met het wetsuit koud en we houden het voor gezien. Zo’n pak uittrekken is minstens zo’n onderneming als het aandoen en zonder hulp gaat het dan ook moeizaam. De terugvaart is prettig en langzaam warmen we op. Al met al viel het toch wel een beetje tegen, want voor de kust bij onze camping zijn ook minstens zulke mooie baaitjes.

Zaterdag 31 juli 2004

Vanochtend weer hardgelopen naar Palamos. Op de terugweg kun je het laatste stuk over een wandelpad direct langs het water en de rotsen. Er staan aardig wat kapitale villa’s op en rond die rotsen en fantaseer een eind weg over een atelier op een dergelijke plek.

Na het ontbijt zit mijn Josef Dettelbacher’s Carne Picada al Grill op te boeren. Op het etiket van de grillworst staat Josef zelf met kleine varkensoogjes, een hele grote krulsnor en zo’n jagershoed. Ik had het kunnen weten, maar ik heb het toch maar mooi op mijn brood gehad. Bij wijze van culinair experiment zullen we maar zeggen.

Zondag 1 augustus 2004

Mijn deja vu komt weer voorbij. Mijn rug wordt bekogeld met steentjes. Als ik niet kijk natuurlijk. Wel hoor ik imitaties van Hans Teeuwen rijkelijk gelardeerd met kreten als keigoed, keigaaf, keilekker, keigeil, vaneigens en ik vermoed met brabanders te maken te hebben. Eindelijk, want dat heeft even geduurd, maar Oss, Boekel, Gemert, Eersel, Poederooien, Son en Breugel, Stamprooij, Gilze-Rijen, Best, Bergen op Zoom, Barsel, Eersel, Traksel, Woensel, Goirle, Chaam, Boxtel, Zevenaar, Loenhout, Stiphout, Eikenhout en Drijfhout, Dongen, Budel en Sprundel, Waalwijk, Aarle-Rixtel en Stampersgat. Ze zijn er en wij moeten gotdomme woensdag alweer naar huis !

Maandag 2 augustus 2004

Naar Tossa de Mar gereden. Mooi stuk weg langs de kust. In Tossa koffie gedronken en klein beetje door straatjes gezwalkt, maar te druk en te heet om daar lang te blijven. Voor verkoeling en rust toch beter naar ons eigen vertrouwde strandje. Heel behoudend.

Op onze camping is het ballroomdansen geblazen en op de aangrenzende camping genaamd Camping A GoGo is het karaokeavond. Wij zitten precies in het midden van de twee geluidsstromen. Het is mis met de stereo. Uit één hoek een passa doble. Dat getuigt tenminste van klasse, gratie, finess en elegantie, althans in de ogen van de dansers en danseressen en vanuit de nadere hoek blèren een groepje hollandse kinderen Op een onbewoond eiland van kinderen voor kinderen en de wat oudere pubers brullen het technisch ingewikkeldere Nederland O Nederland, Jij bent mijn Kampioen in de microfoon. Hier is je plaatje van een doorsnee avond op een camping, maar het went en met een goed boek en een goed gesprek kom je de avond best wel door.


Dinsdag 3 augustus 2004

Voor de laatste keer gelopen. Het was nu ook weer ietsje drukker met lopers. Nieuwe regio’s zijn aangekomen. Het loopt lekker. Ook deze keer richting Palamos en deze keer nog weer een klein stukje verder. Nu tot aan Camping Palamos gelopen aan de noordkant van het plaatsje. Daar vocht bijgetankt en aan die kant bij wat huisjes langs het strand wat gewandeld. De lonende pauze, zoals dat tegenwoordig in het trainersjargon heet. Het is er allemaal wat grover qua keitjes. Op de boulevard op de terugweg soort wedstrijdje gedaan met een loper die ook duidelijk ging versnellen toen hij hoorde dat ik achter hem liep. Ik denk nog, wat kinderachtig en zet ook een beetje aan. Boys will be boys.

De laatste avond brengen we door op het terras van het restaurant. Er dreigt een disco te beginnen. Alo, Maria, Gi, Maria Ha, Maria Gi Gi of zoiets. Jetzt geht’s los en de tienerhormoontjes spuiten werkelijk alle kanten op en gieren door de lijfies van de dames en heren pubers en pré-pubers en ben zachtjes weggeslopen en zit nu in de zompige warmte tussen de krekels de laatste regels in Spanje weg te schrijven. Ik zweet uit alle porien. Onweer dreigt.

Woensdag 4 augustus 2004

Tegen onze gewoonte in rijden we in een keer naar huis, omdat na Parijs Lille komt en je bij Lille altijd het gevoel hebt dat je bijna thuis bent. We rijden bij Lille nog wel even verkeerd. Dat dan weer wel.


zaterdag, juli 10, 2004

WORTELTAART MET MONCHOUKAAS

Het gaat wel weer een beetje. Ik kom net uit de kuil. Of zou het in dit verband de put heten ?

De kuil is de verzamelplaats voor de lopers en loopsters die maar geen genoeg kunnen krijgen van al dat gedraaf en ook in de zomerstop gezellig sektarisch bijeen willen komen. Pakweg een uurtje gaan we dan en masse calorien verbranden om dan kort daarna diezelfde calorien weer in dat lijf te stoppen met koffie en worteltaart met monchoukaas van Marie, en stroopwafels en bokkepootjes. Egidius van D. is dan weer onze sekteleider annex kruidendokter, want als we op de rand van volslagen krankzinnigheid zijn beland door de muggen die ons teisteren plukt Gied wegbree voor ons, de natuurlijke variant van prikweg, u kent het wel, dat zalfje voor op de camping. Nu nog een preventief werkend gewasje om die beesten alleen al uit de buurt te houden.

Voor degenen die voor het eerst computertoestel hebben ingeschakeld op deze log en zich afvragen waar dit in godsnaam over gaat heb ik geruststellend nieuws. Het gaat helemaal nergens over deze keer. Het is bijna vakantie, het weer is toch klote en met hoogstwaarschijnlijk het volmaakt misplaatste gevoel dat u op mijn stukjes zit te wachten zit ik weer op mijn toetsenbord te raggen. U bent waarschijnlijk gewoon op vakantie maar ik moet het toch ook kwijt allemaal, dus waarom niet gelijk op internet. Mijn muzen kietelen me.

Ik zit in een spagaat. Het feit dat hier op deze URL zo vaak het woord hardlopen valt komt omdat ik via de website van mijn atletiekvereniging van meneer de voorzitter zelf een directe link heb gekregen om over deze moeder aller sporten mijn hartje te luchten. Maar sommige bloedserieuze kunstliefhebbers die via mijn site op mijn weblog belanden zouden op zijn minst een beetje verbaasd kunnen zijn over die hardnekkige sportlust.

Ik zou zelf het romantische idee hebben dat er achter die klik een kunstenaar aan het worstelen is met zijn ezel. Dat ie schrijft dat ie weer compleet lazarus is geweest, dat zijn wiet van slechte kwaliteit was of dat ie in de knoop is geraakt toen hij aan het linedancen was op Slipknot, maar niks van dit alles. Hoewel ik bij het Roparunfeest aardig op weg was naar openbare dronkenschap. Maar ik zal proberen om het een beetje goed te maken.

Het wordt dus hoog tijd om weer even wat serieuzere taal uit te gaan slaan. Tijd voor verdieping. En verbreding. Whatever.

Vraag me niet hoe het komt, maar ik had even een onstuitbare behoefte om me te verdiepen in de geschiedenis van de westerse filosofie. Het zal er allemaal wel bijhoren als je net een eindje boven de veertig bent. Als het niet lukt om indruk te maken met een goddelijk lichaam moet je natuurlijk andere middelen in de strijd gaan gooien en ik had gedacht om dat dan maar verbaal te gaan doen.

Ik heb van Egidius Bertrand Russell’s Geschiedenis Der Westerse Filosofie te leen gekregen, maar heb nog niet de moed gehad om er in te gaan beginnen, maar de in rook gehulde pijprokende grijze man op de achterflap staat te trappelen om me in te wijden in het gedachtengoed van de heren wijsgeren. Inderdaad veel heren, want het valt me op dat er weinig tot nul damesnamen in de index te ontwaren vallen. Ofwel zijn ze nu bezig met een inhaalslag want het boek is uit 1975 en ruikt ook navenant, ofwel willen ze ons mannen graag in de waan laten dat het allemaal reuze interessant is om met de grote levensvragen bezig te zijn. Een motief hiervoor kan ik niet een twee drie oplepelen, maar daarvoor ga ik nu ook juist die 750 bladzijden doorlezen.

750 bladzijden wijsheid. Koleertig, als ik me daar doorheen geworsteld heb kan ik me voorgoed onuitstaanbaar maken bedenk ik me. Straks kan ik pedant de ene wijsheid na de andere oplepelen. Voer voor op de camping. Na 10 biertjes en in het spaans. Bij het zwembad of zo.

Ook erg ! Marlon Brando is dood. Hij was volgens een filmkenner op radio1 een onbegrensde narcist met een hele speciale persoonlijkheid. Hij was de eerste acteur die het aandurfde om volstrekt onverstaanbaar zijn tekst uit te spreken. En in de catergorie weetjes: Het schijnt, dat hij de eerste was die in de speelfilm a streetcar named desire in een t-shirt op het bioscoopscherm geprojecteerd werd en sinds die film waren de t-shirts niet meer aan te slepen.

Vorige week besloten we om iets voor Gied te kopen of te maken. Hij gaat groep 4 trainen en om onze blijdschap van zijn vertrek te tonen wilden we hem iets toepasselijks aanbieden. Angela oppert een t-shirt voor hem te fabrieken. Ik voel me geroepen en een dag later sta ik maar liefst twee t-shirts, anderhalve print, een strijkplank en bijna een strijkijzer te verzieken omdat ik aan de verkeerde kant van het printje sta te strijken. Terwijl ik toch van tevoren minitieus de bruksanvisning had gelezen. Een enorm vieze verschroeide plasticlucht hing nog urenlang in huis rond, het kost wat textiel, maar dan heb je ook wat.

Fientje kwam zijn afscheid van groep 1 ook nog even opluisteren. Tussen al het sporten door had ze gewoon even geen tijd om hard te lopen, maar gelukkig nog wel voor een bakkie koffie en om een beetje de laatste roddels door te nemen. En we waren het er over eens. Het kwam uiteindelijk toch nog helemaal goed met dat heerschap. Gied het ga je goed. Na de zomer neemt Els Priester het van hem over.

De melk van de waterbuffel zorgt schijnbaar voor mozzarella. Niet te vreten eigenlijk zo’n kaasje. Laf spul, dat je met tomaten en basilicum gelukkig nog wel te pruimen kan krijgen.

Er lopen ook runderen in het duingebied waar we sporten. Ze lopen dan af en toe behoorlijk in de weg. Ze doen niks, maar volgens sommigen weet je dat maar nooit. Ze zien er goedmoedig uit, maar er zijn mensen die verzuchten dat ze zo’n dier maar liever op hun bordje hebben. Het is een akelig soort humor in de ogen van velen.

In Stadskanaal is het niet pluis. Evenmin als in Zwijndrecht.

Griekenland wint het europees kampioenschap.

Alzo sprach Zarathustra. Pythagoras, Socrates, Plato, Aristoteles, Thomas van Aquino, Spinoza, Machiavelli, Rousseau, Kant, Byron, Hegel, Cruijff, Marx, Schopenhauer

Cola light schijnt goed te werken tegen diaree. Wat zou er nou toch helpen om deze woordenstroom te stoppen.



www.edart.nl

woensdag, juni 30, 2004

VAN LAKENVELD NAAR SCHIPLUIDEN

Ik ben afgelopen week verraden. Er is een lek in mijn familie en dit lekken zal niet lichtvaardig opgenomen worden. Op de dinsdagavondtraining is door iemand triomfantelijk en met enig leedvermaak aan derden gemeld dat ik op een bewuste zondagmiddag na de zondagochtendtraining op het groene strand in een slapende toestand in mijn bed ben aangetroffen.

Ik wil hier graag gelijk even van de gelegenheid gebruik maken dat misverstand uit de wereld te helpen. Ik ben namelijk alleen maar even op de rand van mijn bed gaan zitten en toen klapte het waarschijnlijk dubbel, waardoor ik wel gedwongen was een horizontale stand aan te nemen. Ik lag gewoon klem. Dit duurde zo lang dat ik hoogstwaarschijnlijk heel even in slaap ben gevallen en precies in die tijd moet het bed zichzelf weer teruggeklapt hebben. Dat heb je gewoon met sommige bedden. En juist in die fractie van een seconde moet een bepaald iemand mij gezien hebben.

Maar toch komen zo natuurlijk die verhalen de wereld in dat ik me met het hardlopen over het strand teveel had uitgesloofd om indruk op andere mensen te maken. En dat ik daardoor moe zou zijn geworden of iets van die strekking. Te gek voor woorden natuurlijk.

O, ja, ik ben niet van zins oude koeden uit de sloot halen, maar ik ben getipt dat de beschreven koeden in de vorige log Lakenvelders waren. Of ze dan uit het plaatsje Lakenveld komen of afkomstig zijn van de gegoede familie Lakenveld kan ik niet precies duiden, maar hieraan verbind ik graag de prijsvraag voor deze week. Er komen overigens ook veel kippen vandaan.

Nu ik toch over kippen, koeien en sloten rep. In de omgeving van Schipluiden hebben ze ze niet allemaal op een rijtje, me dunkt. Atletiek op zich is al in veel gevallen een vorm van zelfkastijding voor ongetrainde lieden. Het wordt weliswaar minder als je zo goed getraind bent als ik, accoord, maar er zijn nu een paar dubieuze individuen die bedacht hebben om aan dat gebeuren nog een dimensie toe te voegen. In dier voege dat zij het nodig achten een flink aantal vieze baggersloten in het parcours op te nemen zonder er ook maar één vaartuig bij te leveren.

Als man van enig statuur heb ik mij toch voor deze gelegenheid ingeschreven, daar ik de competitie niet schuw. Ik verhaal in mijn omgeving maar wat graag op over dat nobele en olympische hardlopen en de geneugten van een halve marathon, maar er zijn altijd uiteindelijk toch maar weinig tot geen mensen komen kijken om hun waardering te tonen, maar, en dat is het wonderlijke van deze situatie. Nu wilden mijn fans precies weten, waar en wanneer deze voornoemde drekrees is, want misschien konden ze immers toch ergens wel een gaatje vinden in hun anders zo volle agenda. Zo ook mijn gewaardeerde ouders, die het naar hun zeggen erg leuk zouden vinden als toeschouwer eens kennis te maken met deze tak van sport.

Het is overigens weinig verheffend wat de fotograaf op de website van www.drekrees.nl laat zien. En de onderschriften bij die foto’s getuigen van een slechte smaak. Oordeelt u zelf.


www.edart.nl

donderdag, juni 17, 2004

LEIDEN


Vanaf de achterbank in de Skoda Octavia Station zie ik in een weiland net voor Delft twee fantastische koeien tussen een bende schapen staan. Ze hebben geen vlekken maar banen en deze lijken precies in drieen gedeeld te zijn. Een koe is mokkabruin en de ander is koffiezwart en allebei hebben ze precies in het midden dezelfde witte baan, volstrekt geometrisch. Ze doen heel surrealistisch aan. Het lijkt alsof die middenbaan gewoon een strook behang is. Samen met dat typisch Hollandse wolkendek en met een schuchter zonnetje geeft dat toch wel een heel mooi rustgevend plaatje en een absoluut overbodige inleiding voor een hardloopwedstrijdje.

Maar ook kleppen we wat af in die auto, over de roparun en de benodigde mentaliteit, de plannen voor volgend jaar, we bellen met het thuisfront en we roddelen verschrikkelijk over anderen natuurlijk en zo komt er ook nog een indiaan in dit verhaal voorbij. (Vetklep weet dan precies waar ik het over heb en zal best wel gaan klagen dat zijn privegesprekken zomaar op het internet worden gegooid !) Maar zo vliegt de tijd naar afslag Zoeterwoude Rijndijk. De mevrouw in het dashboard doet vreselijk haar best om ons zo goed en duidelijk mogelijk de weg te wijzen. Zij articuleert zich helemaal wezenloos naar onze plaats van bestemming en het brengt me alvast een beetje in de stemming voor de confrontatie met die studentenstad. Die stad ook van de Leidse Sleuteltjes, dat afgrijselijke kinderkoor, weet u het nog ? Uit de tijd van de Damrakkertjes en de Schellenbellen, maar ik dwaal een beetje af.

Hier en daar rammelt het een beetje in de organisatie van de loop. De pendelbus vanaf de parkeerplaats is veel te klein voor het aanbod lopers, zodat we toch nog te voet naar de binnenstad moesten. Ik realiseer me dat dat op zijn minst een beetje kinderachtig is om daar moeilijk over te doen als je het plan hebt om later toch meer dan 20 kilometer te gaan hardlopen, maar het is omwille van het volschrijven van een column natuurlijk wel de moeite waard om daar nu eens lekker over te gaan zitten zeiken. En mensen, dat was nog niet alles hoor !

In de kerk kon je je omkleden en nog een laatste sanitaire stop maken, maar dan wordt ook gelijk duidelijk wat een neurotisch volkje die lopers zo vlak voor de start eigenlijk zijn. Allemaal gaan ze in die ellenlange rij staan voor dat ene pure paniekplasje, maar dan ook zie je de verschillende karakters van de lopers een beetje naar de oppervlakte komen. Links en rechts proberen ze je voorbij te komen, zo’n beetje als de Golf GTI typetjes op de snelweg, maar ik probeer dapper stand te houden. Omdat ik een cursus assertief in de rij heb gevolgd vraag ik met bonzend hart en overslaande stem of ze misschien gewoon op hun beurt willen wachten. Nou dat maakte niet bepaald een onuitwisbare indruk dus ! Het cursusgeld mag teruggestort worden hoor!

De tassengarderobe van Leiden is ook een belevenis op zich. Op je startnummer zit een geperforeerde strook die je aan je tas moet binden. Niet zo gek bedacht natuurlijk, maar zomaar een tas op de tassenverzameltafel zetten is er niet bij. Je moest op een of andere manier fysiek met je tas verbonden zijn, want anders kon je het wel vergeten dat ze je tas mee zouden nemen. Met een gezicht van dat zal ze leren werden de tassen van de preciezen wel aangepakt en bleven de rekkelijken onverrichter zaak achter. Het was trouwens ook opvallend dat iemand met een plastic tas aanmerkelijk minder snel geholpen werd dan iemand met een semi-professionele rugzak. Verschil moet er blijkbaar zijn ! Het duurde daar bij die garderobe dus eigenlijk iets te lang allemaal voor we aan het serieuze werk konden gaan beginnen en ik heb unaniem besloten hiervoor wat punten in mindering te brengen.

In het startvak krijgen we nog een plaatselijke VVV spot over ons heen. Over hoe goed en hoe mooi Leiden wel niet is, welke schilders de stad hebben bewoond en dat Leiden eens de op zes na grootste stad van Europa was en nog met veel meer informatie praatte de speaker de winkelstraat vol, maar het gaat het ene oor in en het andere weer uit. Op dat moment is cultuur niet of nauwelijks aan me besteed.

Na zo’n 20 a 25 minuten ballorig in het startvak te hebben rondgehangen was het gelukkig tijd voor wat beweging. Er wordt dan nog weinig zinnigs gezegd tegen elkaar. Pakweg 2200 lopers hebben best wel eventjes de tijd nodig om over de startstreep te komen. Het is wel geen Rotterdam of Nijmegen, maar toch geeft de chip hier uitkomst. Dat ding aan je veters maakt dat je je niet hoeft te haasten. Als je eenmaal over die tjirpende matten bent gelopen weet je dat het begonnen is. We mogen los ! De stopwatch ingedrukt en de hartslagmeter geactiveerd. Voor de nodige analyses en nabeschouwingen.

Mijn start is behoudend en ik kom al vrij snel in de buurt van Corrie Faasse te lopen. Corrie doet mee met de loop omdat ze bij de inschrijving via internet op de knop zenden had gedrukt toen ze haar naam en gegevens had ingetikt, zei ze droog. Ze houdt er bovendien ook niet van om snel te starten en dan zichzelf tegen te komen. Ik vond dat wijs en dat schept natuurlijk een loopband.

Na zo’n drie kilometer krijg je een beetje de ruimte en langs een prachtige vaart met plompeblaeren begin je een beetje in je ritme te komen. Ik kijk of het tempo een beetje overeen komt met het gevoel maar dan word je geconfronteerd met weer zo’n misser van de Leidse organisatie. De kilometeraanduiding onderweg is op zijn minst een beetje suf uitgezet. Want tussen kilometer 4 en 5 lopen we een kilometertijd van 4.21. Voor het gevoel liepen we inmiddels een aardig constant tempo, weliswaar iets harder dan in het begin, maar dit was niet echt reeel. Wat dacht u van dit willekeurige rijtje, dat ik uit mijn hightech horloge heb gevist van 6.12, 5.01, 4.49 en 5.51. Als je hiervan als loper niet compleet in de war raakt weet ik het niet meer. Leiden die prestigieuze universiteitsstad. Stad van sterrenkunde en wiskunde om maar een voorbeeld te noemen, maar een kilometerpaaltje in de grond zetten en dan op de goeie plaats is een hele onderneming blijkbaar. Heerlijk, denk ik onderweg, dan heb ik na afloop wat te gallen.

Maar we gaan verder met dat lopen, lopen, lopen, lopen en nog eens lopen en we lopen aardig veel te snel vertrokken mensen voorbij en na zo’n 15 a 16 kilometer zeggen mijn voeten, die door de wrijving inmiddels koken en zachtjes blaren trekken dat het tijd wordt voor mijn gelletje met colasmaakje, maar wat een ellende, mijn bidonnetje is aan de bovenkant lek. Zachtjes loopt die rommel langs mijn vingers op mijn hand. Ik krijg plakvingers, een plakpols, net even later een plakelleboog en vervolgens een plakshirt, plakfles, plaktong om van plaktanden nog maar te zwijgen en ik ging er dit keer niet harder van. Integendeel en dan keert het hele systeem zich tegen je. Blaren op je voeten beginnen zich te vormen. Maar je wil gewoon niet klagen. Je kan het ook gewoon niet want je verhemelte plakt gewoon aan elkaar. Deze bewustzijnsvernauwende toestand heeft zo’n kilometer of drie geduurd, want gelukkig staan ze onderweg ook met gele sponzen in de vorm van een harldlopertje. Dat zijn dan wel weer punten in het voordeel van Leiden en zo kon ik met de spons in de vorm van een hardloper de boel weer een beetje verschonen.

Corrie had in die kilometers met gemak bij me vandaan kunnen lopen en dik onder de 1.50 hebben kunnen lopen. Ik had wel aangegeven dat ik daar absoluut geen bezwaar tegen zou hebben gehad, maar ze deed het gewoon niet. Ik zit me af te vragen of ik als rechtgeaard egocentrisch hanig tiepje dat andersom ook zou hebben gedaan. Ik weet het gewoon niet en dus hier liggen nog wat onderzoeksterreinen op het gebied van sociale wetenschappen en dat kan ook prima in Leiden schijnt het.

Inmiddels zat ik met een dermate grote voorsprong op mijn 2 uur schema dat de laatste twee kilometer met een voldaan gevoel worden gelopen. Even heb ik nog gedacht dat het mogelijk was om zelfs onder de 1.50 te gaan lopen, maar dat komt de volgende keer wel weer. Wat heb je anders nog aan je leven. De tijd van Corrie was 1.51.44 en de mijne 1.51.45. Een verbetering van bijna 10 minuten ten opzichte van mijn vorige pr van de halve van Oostvoorne

Maar hiervoor heb ik me wel de blaren gelopen, maar en hier komt eindelijk een zinnetje waarmee een kunstenaar normaliter volgens het algemeen geldende verwachtingspatroon mee wordt geassocieerd. Daarna heb ik het op een zuipen gezet. Op het terras bij een witte ophaalbrug heb ik welgeteld een blikkie bier op en die zat gelijk in mijn tenen, alsof je intraveneus ingespoten was door dat spul. En ik vraag me hardop af of ik niet op weg ben een aardig watje te worden, hetgeen mij net iets te snel naar mijn zin bevestigd wordt door een klein mannetje met een omgekeerd evenredig grote mond !


Ik heb ook nog de tijden van de andere lopers van internet gehaald en er zitten een paar mooie tijden tussen. Wilfred Barendse 1.42.26 Dimitri Pennings 1.44.58 John van Hoorn 1.45.25 Angela de Jong 1.45.27 Hans Houps 1.49.19 Chris Mijer 1.50.20 Sylvia Braun 1.52.59 Norma Marshall 1.56.28 Dineke Mijer 1.56.28 Ed de Jong 2.01.52 en Ed Simonis 2.08.50 John Marshall moest vanwege een blessure helaas opgeven.

www.edart.nl

donderdag, juni 10, 2004



TAKKIE

Ik sta al een behoorlijk tijdje uit het lood. Ben er behoorlijk chagrijnig van geworden merk ik en ik ben trouwens niet de enige die dit merkt. Ik heb een opdracht aangenomen om Takkie de langharige tekkel te vereeuwigen en ik bak er werkelijk helemaal niks van. Het wil maar gewoon niet lukken om deze om te zetten naar mijn eigen vertrouwde beeldtaal. Ik ben bezig de tekkel op een langwerpig doek te maken. Op 70x140 cm. In het kader van het experiment, want diegenen die mijn werk kennen weten dat ik eigenlijk alleen maar op vierkanten werk. Een onuitroeibare afwijking en ik kan de schok van het nieuwe dan ook maar met moeite verwerken. Doe maar eens gek dacht ik in een onbewaakt ogenblik, maar na drie weken begint deze koene daad zich op me te wreken. Jarenlang ben ik psychotherapeutisch behandeld om met dit soort tegenslagen om te kunnen gaan maar waarom heb zo’n takketekkel nou niet gewoon veel langere poten zodat zo’n geval wat beter composeert op een vierkant schildersdoek. Die tekkels zijn niet alleen qua karakter eigenwijs, maar ze zetten volgens mij ook de hele evolutietheorie van Darwin op zijn kop, want waar hebben die hele korte poten nou in vredesnaam voor nodig? Er zal ongetwijfeld een hele plausibele verklaring voor zijn, maar lieve mensen, ik zie m niet hoor !! En dat vreet aan me.

Opeens gaan alle mechanismen van het uitstellen in werking om maar vooral niet geconfronteerd te hoeven worden met die vrdmd tekkel op die ezel. Ik moet ineens persé weten wat de hoofdstad van Madagascar is, de koers van de roebel, bestel alle items van TellSell en ken de Wehkamp gids inmiddels van voor naar achter en ben nu ook weer op de hoogte van de laatste lingerietrends.

Leuk hoor, dat kunstenaartje spelen, maar het is af en toe ook wel een bezoeking op dit soort dagen, waarin geen enkele kleur de goede lijkt te zijn en geen vorm naar je zin is door je opspelende neiging naar perfectie, maar er is een schale troost. Het is een repeterend patroon, ik herken het en het gaat straks gewoon zachtjes voorbij ! Er word wel eens gekscherend gezegd dat een kunstenaar moet lijden om te kunnen scheppen en af en toe vrees ik dat het gewoon waar is. Ik weet dat mijn zogenaamde lijden natuurlijk volstrekt relatief is en in de ogen van velen bijna pathetisch aanstellerig is, maar ik moet het toch even aan u kwijt allemaal.

Gelukkig doen de eerste tekenen van herstel zich al zachtjes voor. Dat hardlopen kan ook dat uitstellen en die bijbehorende vluchtneiging versterken, maar het kan op den duur ook weer louterend gaan werken als je de goede balans een beetje hebt gevonden. Afgelopen zondag werd ik gewoon even half lyrisch bij de aanblik van het strand tussen Rockanje en Oostvoorne. Vanaf de duintop na met z'n allen langs het Breede Water te zijn gerend had je kilometers ver zicht over een spiegelgladde zee, zonnetje op je giechel, een gezellige groep hardloperds en onder invloed van de endorfinen of volgens de nieuwste inzichten gemeld in Runners zelfs canabiiden (!!!!) was er weer een flard van het betere gevoel. Dat “I can see for miles and miles”-gevoel. Heel eventjes.

Dat met die Tekkel zal ook opgelost worden, dat voel ik gewoon en die worst op pootjes zal vast en zeker een metafoor zijn voor een dieper liggend probleem. Daar zal ik dan in mijn volgende dip wel weer tegenaan lopen en puzzelen we weer verder. Als ik aan alle tekkelbezitters heb uitgelegd dat ik helemaal niks persoonlijks tegen tekkels heb, want anders zou ze wel naar me grommen. En dat doet Takkie niet !

Trouwens over Leiden gesproken. A.s. zondag is er de marathon van Leiden. Met diverse andere afstanden. Doe mee met de halve marathon.


Naar de schilderijen en etsen van ed van der Hoek klik hiero

zondag, mei 23, 2004


SPRINTJE

Ik zal er maar niet meer omheen draaien. Mijn hele leven staat slechts in het teken van één ding en dat is het voorblijven van mijn vrouw met hardlopen. Om dit ene cruciale doel te bereiken trek ik werkelijk alles uit de kast om haar te beletten sneller te worden dan ik. Ik lieg en bedrieg, knijp en dreig, train me het lazarus bovenal en probeer alle facetten van psychologische oorlogsvoering uit. Ik zorg bijvoorbeeld dat haar favouriete loopkleding zoek raakt, stop spelden in een voodoopoppetje met haar beeltenis en kook van alles dat zij niet lust en probeer haar zodanig te ontregelen dat haar elke lust tot snel hardlopen wordt ontnomen. Maar het lijkt een vergeefse strijd. Loederke begint op stoom te komen en mijn fragiele egootje kan dit maar heel erg slecht verwerken. In een vies venijnig sprintje aan het einde van de duurloop werd ik er voor het eerst sinds een behoorlijk tijdje gewoon overdwars uitgehold. Ik zag het te laat allemaal en lette even niet goed op en er liepen wat mensen in de weg natuurlijk, maar er zijn gelukkig getuigen die gezien hebben dat zij het was die de sprint inzette. En bovendien ken ik die blik maar al te goed. Zij heeft zich de gehele duurloop lopen sparen voor dit ultieme machtsvertoon.

Haar winst bij het bowlen afgelopen uitstapje had ik inmiddels al een beetje verwerkt. Ik heb het een plaatsje kunnen geven, maar deze voortekenen van een snel groeiende vorm en conditie baren me zorgen. Zij begint er lol in te krijgen en dan medelotgenoten, dan wordt het oppassen geblazen. Dan wordt ze nasty !

De film War of the Roses wel eens gezien ? Met Michael Douglas en Kathleen Turner. Dat is kinderspel vergeleken bij wat er zich bij ons thuis afspeelt. Ik klaag over zere tepels ten gevolge van een modieus schurend hardloopshirt en zij komt aan met secondenlijm. Hier schat, dat is nieuw, dat zijn vloeibare pleisters, van het Kruidvat. Nou mijn shirt krijg ik nu nog steeds niet uit ! Ik heb een poging gedaan aangifte te doen bij de politie, maar zij vonden mijn motivatie zeer dubieus. En dat is slechts maar een voorbeeld.

Hoe is ze te stoppen vraag ik me vertwijfeld af. Ik neig naar het oprichten van een platform voor verontruste hardlopende echtgenoten. Misschien kunnen we zo samen een vuist maken tegen te snelle vrouwen. Een praatgroep lijkt me het beste. Dan kunnen we samen fijn ervaringen uitwisselen en elkaar met raad en daad bijstaan, want ik heb zo’n vermoeden dat er veel verborgen leed is onder ons mannen.

Maar misschien is er nu een wapen in de strijd dat zijn weerga niet kent. Vanochtend tijdens het lopen had een van mijn vrienden het over een loop van vierenhalve kilometer. Ergens in het Westland en die gaat niet langs sloten, nee die gaan er dwars doorheen. Slootjespringen over 40 sloten varierend van een greppeltje tot een trekvaart met een breedte van 30 meter. Lekker baggeren. Met modder gooien is weliswaar een favouriete bezigheid van menig mevrouw, maar ze willen er niet vies van worden en juist daar moet ik mijn kans grijpen, want samen met andere lieve dames heeft ze zich over laten overhalen voor een polderloopje van 4,5 kilometer. De aard van deze loop hebben wij angstvallig verborgen voor haar gehouden.

Het moet ergens in september gaan gebeuren. Ik ga me in ieder geval in het geheim voorbereiden in de polder. Door de sloot aan de Heindijk en voor het serieuze werk maar een keer door het Spui. Met een corpulent lijf zak je namelijk niet zo snel weg in de modder, daarvan zijn er in de natuur legio voorbeelden te vinden. En met een behoorlijke snelheid kun je volgens mij ook een behoorlijk stuk over water lopen. Soms roept mijn vrouw me wel eens toe of ik denk dat ik Jezus ben of zo. Nou, dat zou me op die bewuste dag in september mooi van pas komen !


klik hier voor website


woensdag, mei 12, 2004

NATTE SCHAPEN

Vorige week voor het eerst eens sfeer geproefd op de donderdagavond. Eens kijken of die groep minstens even warm is als bij de ochtendtrainingen. Maar koud 500 meter vanaf het beginpunt word er dan al een antwoord van me verwacht op de vraag waarom ik zo loop te hijgen in gezelschap. Ik heb zelf wel een vermoeden, maar dat ga je dan natuurlijk niet en groupe verkondigen, dus mompel ik maar wat voor me uit, dat het vast en zeker op het conditionele vlak ligt. Ik kreeg sterk de indruk dat men hier geen pest van geloofde, maar daar raak je aan gewend. Dus praat ik maar dapper met mijn buurvrouw verder. Op weg naar de oefeningen om je buikspieren te pesten en de 12 keer 300 metertjes. Ter verhoging van je basissnelheid, dat je dat even weet. Want dat gedraaf moet wel ergens toe dienen en ter plekke krijg ik een college van Chris Mijer. Ik heb mijn hartslagmeter schijnbaar niet voor niks gekocht, want op het getik van dat geheimzinnige orgaan zijn deze trainingen gebaseerd. Hoe minder dat geval tikt, hoe beter. Dan schijn je langer te leven.

Ik heb wel eens in de Kijk of de Readers Digest gelezen, dat ieder dier hetzelfde aantal hartslagen tot zijn beschikking krijgt. Zo'n 1,5 biljoen keer per leven. Van spitsmuis tot olifant. Met andere woorden. Ga op stap met een loopgroep en check it out.

Effe wat anders, het is misschien een beetje een gek praatje, maar zo rond volle maan wil er best nog wel eens een vreemde vorm van onrust in me sluipen. De samenhang in spraak en schrift wil dan nog wel eens een beetje wegvallen en bovendien heb ik het gevoel dat mijn haren dan veel harder gaan groeien als normaal en verwachtingsvol ren ik dan langs een winkelruit of wat er dan ook maar dienst kan doen als spiegel, maar het blijkt fantoomhaar ! Het voelt alsof je een volle bos met haar hebt, die je zo in een paardenstaart kan binden, maar het is niet zo !

Dat viel even vies tegen, maar gaandeweg zo’n training werd ik het er met Fientje over eens dat uiterlijk sowieso niet echt belangrijk is en de rust in kop en lijf keerde weer een beetje terug. Het is toch ook wel weer typisch dat het gesprek op een dergelijk onderwerp uitkomt, maar door de therapeutische werking van een goed gesprek in combinatie met hardlopen kan je weer even vooruit en brengt je weer met beide benen op de grond,hoewel dat natuurlijk lastig hardloopt.

Door de ontiegelijke warmte van deze avondgroep krijg je ook gewoon dorst. Er word vaak beweerd dat als je dorst krijgt het al te laat is, maar juist op deze willekeurige doordeweekse donderdagavond heb ik precies op tijd een paar biertjes naar binnen kunnen werken. Mijn neevoormijgeendrankknop stond uit en heb het onderhavige pand aan de Jan Matthijssenlaan in een licht benevelde toestand verlaten.

Hoog tijd om er eens een lang weekendje tussenuit te gaan. Tijd voor bezinning. Want zo kan het echt niet langer doorgaan allemaal. Dat gemeut en die onzekerheid van een man op het randje van zijn middenlevencrises over hoe je eruit ziet was al een teken aan de wand, dus het werd hoog tijd voor Texel !!

Op naar vakantiepark de Krim, waar mijn schoonfamilie met ons neefje en onze dochter voor een weekje vakantie zaten. In mijn beleving is de naam de Krim voor een vakantieoord een beetje ongelukkig gekozen. Het ademt een beetje naargeestigheid uit. Vroeger werden er mensen verbannen naar deze onherbergzame streek in Rusland en de Krimoorlog (1854-1856) is ook al heel bekend uit de geschiedenis, maar deze passage is geheel en al te wijten aan mijn zucht naar eruditie, dus doe er mee wat u wilt, neem het mee als bagage. Maar gelukkig heeft mijn schoonfamilie van dit hele verhaal geen last. Hier en daar leiden ze aan een vorm van manische positiviteit. Zelfs bij slecht weer.

Na een natte rit door het zuid- en noordhollands landschap, dat er boven Volendam ook al niet fraaier op werd kwamen we aan op de boot. Perfect getimed reden we de Schulpengat op. In de tijd dat je een kopje koffie met gevulde koek naar binnen kan proppen werden we alweer vriendelijk doch dringend gemaand van de boot af te rijden, opdat de mensen die van het eiland af willen ook weer van diezelfde veerboot gebruik konden maken. Een aardig principe leek me. En toen we het veelgeprezen eiland opreden kregen we vooral een lange file over de volle lengte van het eiland, (godzijdank in tegenovergestelde richting) en heel heel erg veel natte schapen te zien. Die natte schapen stonden allemaal glazig een richting op te kijken. Naar een nat bord met de duistere tekst Ons eiland voor de Heiland. Naar hun blikken te oordelen wisten die natte schapen volgens mij ook niet wat dat inhoudt. Voor die natte schapen was het meer ons weiland op het eiland

In de buurt van Zuid-Eierland viel het me op hoe weinig parachutisten er uit de lucht kwamen vallen. Vrijwel geen een. Ik neem aan dat je met een natte parachute niet lekker springt. En me afvragend of dit parachutespringen misschien iets voor mij was stonden we plots in de ontvangstruimte van vakantieparadijs de Krim. De juffrouw van de receptie leek op een cursusleidster macramee voor gevorderden. Lekker ding hoor, maar intussen weet ik dat innerlijk natuurlijk veel meer telt dan uiterlijk. En ik geloof trouwens niet dat parachutespringen iets voor mij is.

De huisjes en vooral de echt splinternieuwe chaletjes van de Krim zijn qua uitstraling omgekeerd evenredig aan die van het Krim-activiteitencentrum, want deze zien er toch gewoon heel erg tof uit. Dat moet gewoon gezegd worden. Voor een gezinnetje met twee kinderen is het een perfect onderkomen. Ruim sanitair. Twee badkamers zelfs. Grundig TV met heel veel duitse zenders, radio met cd-speler,

Die middag hebben we in het nabijgelegen de Cocksdorp gewinkeld. Ik had een regenjas nodig en die hebben we gevonden. De Cocksdorpse Zakenliedenvereniging heeft zo haar eigen manieren om elkaar van klandizie te voorzien, want bij mijn aankoop kregen we ook twee bonnetjes voor een gratis kopje koffie bij het Bikkelement, precies 152 meter verder in de straat en daar hebben we als rechtgeaarde hollanders dan ook maar meteen gebruik van gemaakt. Het regende in de tussentijd toch gewoon door.

Die avond hebben we na het prakkie, met gekookte aardappeltjes, sla en een ietwat platte gehaktbal met jus, gescrabbled. Of is het geskrebbeld ? Want engelse woorden mochten ineens weer niet met dit zenuwslopende spel !

De volgende dag was mijn schoonmoeder eindelijk 70 en zij kreeg van de kinderen met aanhang Her First Sony voor thuis en op de camping. En na de zang en dans stond een bezoek aan Ecomare op ons reisprogramma. Ecomare is een zeehondenopvangcentrum en daar zijn we vooral onder de indruk geraakt van Carina. Ze leren de zeehonden daar uit principe geen kunstjes, maar Carina heeft uit zichzelf door gekregen dat als ze zwaait naar de juffrouw met de emmer vol vis haar kansen op een lekker maal enorm stijgen.

Het volgende evenement op het programma was het gezinsarrangement Bowling op de Krim zelf weer. De ietwat puberaal aandoende medewerker wist ons te vertellen dat er helaas geen zwaardere bowlingballen meer waren. Die waren de avond tevoren namelijk allemaal gejat, met als gevolg dat er alleen nog maar ballen te krijgen waren waar je alleen je pink nog maar in kon krijgen. En dat er nog geen nieuwe ballen waren komt louter en alleen door het feit dat Texel een eiland is, waar ze geen bowlingballenleverancier hebben verzekerde hij ons. Maar als we het vriendelijk zouden vragen zouden we misschien die ene zware bal van baan 1 mogen gebruiken. De mensen van baan 1 vonden dat echter niet zo’n goed idee en dat verklaart eigenlijk wel min of meer het feit dat ik slechts tweede ben geworden. Ook de baan had een lichte afwijking naar links.

Het bowlingarrangement hield ook in dat we voorzien zouden worden van de nodige hapjes en drankjes, maar voor de rest van de dag zou dit niet toereikend zijn vreesden wij. Tijd voor een aanvullende maaltijd. Tijd voor de KRIMBURGER.

Van Carina hadden we al geleerd dat zwaaien helpt om aan voer te komen dus dat hebben we maar meteen in de praktijk gebracht en verdomd, het hielp. Onze dochter kon kiezen uit Kidspakket Jip, Jop of kabouter Plop en dat was allemaal met verrassing en voor ons was er het Krimmenu met een overheerlijke Krimburger met ananas. Betalen mochten we bij de juffrouw met een hele lieve glimlach en afhalen mochten we ons eten bij een mevrouw met een heel mooi duits accent. A la Annie Friesinger. Daar schmelten we allebei ter plekke van.

Welcke ueberrashung wilt u erbei ? vroeg zij. Nou als we dat wisten was het natuurlijk geen verrassing meer, dus informeerden wij uiterst discreet waaruit wij dan wel konden kiezen. Nah, da ist ein strandbal, ein parapluutje oder ein maschkertje. Het was inmiddels opgehouden met regenen dus het parapluutje vonden we wat cru en de maskertjes waren gewoon heel erg eng om te zien, dus we kozen voor de strandbal en dat was de juiste keuze, want zo fluisterde ze met een gezicht vol mimiek: Die maschkertjes gaan so schtincken .

Die patatjes gingen nog wel, maar die burgers waren echt een culinaire ramp, maar soms als je geen al te hoge verwachtingen hebt en de mensen niet al te chagrijnig zijn is alles nog best wel te narsen. Je hebt in ieder geval niet de neiging om te gaan lopen gallen. Ze doen in ieder geval hun best in deze net niet entourage en dat is vaak al heel wat meer dan je soms in veel andere massatoeristische attracties voor je kiezen krijgt.

Na ons laatste nachtje in het inmiddels bekende stulpje eerst een potje getennist met schoonpa. 13-13 stond het in de eerste set en toen moesten we van de baan af. Klaar voor de terugreis inmiddels en toen we gepakt waren probeerde het zonnetje schuchter door het wolkendek heen te prikken, haar warmte alvast een beetje vooruitsturend en die middag hebben we nog bij de Koog bij strandpaviljoen de Buren zitten luisteren naar het moederdagconcert van de TexelBigBand. Met natte sokken van spontaan voetbalspel langs de vloedlijn, maar dat gaf niks. Het stemde me mild.

In november gaan we naar een ander waddeneiland. Naar Terschelling voor de halve berenloop. Een ander eiland voor de heiland.


www.edart.nl