donderdag, juni 17, 2004

LEIDEN


Vanaf de achterbank in de Skoda Octavia Station zie ik in een weiland net voor Delft twee fantastische koeien tussen een bende schapen staan. Ze hebben geen vlekken maar banen en deze lijken precies in drieen gedeeld te zijn. Een koe is mokkabruin en de ander is koffiezwart en allebei hebben ze precies in het midden dezelfde witte baan, volstrekt geometrisch. Ze doen heel surrealistisch aan. Het lijkt alsof die middenbaan gewoon een strook behang is. Samen met dat typisch Hollandse wolkendek en met een schuchter zonnetje geeft dat toch wel een heel mooi rustgevend plaatje en een absoluut overbodige inleiding voor een hardloopwedstrijdje.

Maar ook kleppen we wat af in die auto, over de roparun en de benodigde mentaliteit, de plannen voor volgend jaar, we bellen met het thuisfront en we roddelen verschrikkelijk over anderen natuurlijk en zo komt er ook nog een indiaan in dit verhaal voorbij. (Vetklep weet dan precies waar ik het over heb en zal best wel gaan klagen dat zijn privegesprekken zomaar op het internet worden gegooid !) Maar zo vliegt de tijd naar afslag Zoeterwoude Rijndijk. De mevrouw in het dashboard doet vreselijk haar best om ons zo goed en duidelijk mogelijk de weg te wijzen. Zij articuleert zich helemaal wezenloos naar onze plaats van bestemming en het brengt me alvast een beetje in de stemming voor de confrontatie met die studentenstad. Die stad ook van de Leidse Sleuteltjes, dat afgrijselijke kinderkoor, weet u het nog ? Uit de tijd van de Damrakkertjes en de Schellenbellen, maar ik dwaal een beetje af.

Hier en daar rammelt het een beetje in de organisatie van de loop. De pendelbus vanaf de parkeerplaats is veel te klein voor het aanbod lopers, zodat we toch nog te voet naar de binnenstad moesten. Ik realiseer me dat dat op zijn minst een beetje kinderachtig is om daar moeilijk over te doen als je het plan hebt om later toch meer dan 20 kilometer te gaan hardlopen, maar het is omwille van het volschrijven van een column natuurlijk wel de moeite waard om daar nu eens lekker over te gaan zitten zeiken. En mensen, dat was nog niet alles hoor !

In de kerk kon je je omkleden en nog een laatste sanitaire stop maken, maar dan wordt ook gelijk duidelijk wat een neurotisch volkje die lopers zo vlak voor de start eigenlijk zijn. Allemaal gaan ze in die ellenlange rij staan voor dat ene pure paniekplasje, maar dan ook zie je de verschillende karakters van de lopers een beetje naar de oppervlakte komen. Links en rechts proberen ze je voorbij te komen, zo’n beetje als de Golf GTI typetjes op de snelweg, maar ik probeer dapper stand te houden. Omdat ik een cursus assertief in de rij heb gevolgd vraag ik met bonzend hart en overslaande stem of ze misschien gewoon op hun beurt willen wachten. Nou dat maakte niet bepaald een onuitwisbare indruk dus ! Het cursusgeld mag teruggestort worden hoor!

De tassengarderobe van Leiden is ook een belevenis op zich. Op je startnummer zit een geperforeerde strook die je aan je tas moet binden. Niet zo gek bedacht natuurlijk, maar zomaar een tas op de tassenverzameltafel zetten is er niet bij. Je moest op een of andere manier fysiek met je tas verbonden zijn, want anders kon je het wel vergeten dat ze je tas mee zouden nemen. Met een gezicht van dat zal ze leren werden de tassen van de preciezen wel aangepakt en bleven de rekkelijken onverrichter zaak achter. Het was trouwens ook opvallend dat iemand met een plastic tas aanmerkelijk minder snel geholpen werd dan iemand met een semi-professionele rugzak. Verschil moet er blijkbaar zijn ! Het duurde daar bij die garderobe dus eigenlijk iets te lang allemaal voor we aan het serieuze werk konden gaan beginnen en ik heb unaniem besloten hiervoor wat punten in mindering te brengen.

In het startvak krijgen we nog een plaatselijke VVV spot over ons heen. Over hoe goed en hoe mooi Leiden wel niet is, welke schilders de stad hebben bewoond en dat Leiden eens de op zes na grootste stad van Europa was en nog met veel meer informatie praatte de speaker de winkelstraat vol, maar het gaat het ene oor in en het andere weer uit. Op dat moment is cultuur niet of nauwelijks aan me besteed.

Na zo’n 20 a 25 minuten ballorig in het startvak te hebben rondgehangen was het gelukkig tijd voor wat beweging. Er wordt dan nog weinig zinnigs gezegd tegen elkaar. Pakweg 2200 lopers hebben best wel eventjes de tijd nodig om over de startstreep te komen. Het is wel geen Rotterdam of Nijmegen, maar toch geeft de chip hier uitkomst. Dat ding aan je veters maakt dat je je niet hoeft te haasten. Als je eenmaal over die tjirpende matten bent gelopen weet je dat het begonnen is. We mogen los ! De stopwatch ingedrukt en de hartslagmeter geactiveerd. Voor de nodige analyses en nabeschouwingen.

Mijn start is behoudend en ik kom al vrij snel in de buurt van Corrie Faasse te lopen. Corrie doet mee met de loop omdat ze bij de inschrijving via internet op de knop zenden had gedrukt toen ze haar naam en gegevens had ingetikt, zei ze droog. Ze houdt er bovendien ook niet van om snel te starten en dan zichzelf tegen te komen. Ik vond dat wijs en dat schept natuurlijk een loopband.

Na zo’n drie kilometer krijg je een beetje de ruimte en langs een prachtige vaart met plompeblaeren begin je een beetje in je ritme te komen. Ik kijk of het tempo een beetje overeen komt met het gevoel maar dan word je geconfronteerd met weer zo’n misser van de Leidse organisatie. De kilometeraanduiding onderweg is op zijn minst een beetje suf uitgezet. Want tussen kilometer 4 en 5 lopen we een kilometertijd van 4.21. Voor het gevoel liepen we inmiddels een aardig constant tempo, weliswaar iets harder dan in het begin, maar dit was niet echt reeel. Wat dacht u van dit willekeurige rijtje, dat ik uit mijn hightech horloge heb gevist van 6.12, 5.01, 4.49 en 5.51. Als je hiervan als loper niet compleet in de war raakt weet ik het niet meer. Leiden die prestigieuze universiteitsstad. Stad van sterrenkunde en wiskunde om maar een voorbeeld te noemen, maar een kilometerpaaltje in de grond zetten en dan op de goeie plaats is een hele onderneming blijkbaar. Heerlijk, denk ik onderweg, dan heb ik na afloop wat te gallen.

Maar we gaan verder met dat lopen, lopen, lopen, lopen en nog eens lopen en we lopen aardig veel te snel vertrokken mensen voorbij en na zo’n 15 a 16 kilometer zeggen mijn voeten, die door de wrijving inmiddels koken en zachtjes blaren trekken dat het tijd wordt voor mijn gelletje met colasmaakje, maar wat een ellende, mijn bidonnetje is aan de bovenkant lek. Zachtjes loopt die rommel langs mijn vingers op mijn hand. Ik krijg plakvingers, een plakpols, net even later een plakelleboog en vervolgens een plakshirt, plakfles, plaktong om van plaktanden nog maar te zwijgen en ik ging er dit keer niet harder van. Integendeel en dan keert het hele systeem zich tegen je. Blaren op je voeten beginnen zich te vormen. Maar je wil gewoon niet klagen. Je kan het ook gewoon niet want je verhemelte plakt gewoon aan elkaar. Deze bewustzijnsvernauwende toestand heeft zo’n kilometer of drie geduurd, want gelukkig staan ze onderweg ook met gele sponzen in de vorm van een harldlopertje. Dat zijn dan wel weer punten in het voordeel van Leiden en zo kon ik met de spons in de vorm van een hardloper de boel weer een beetje verschonen.

Corrie had in die kilometers met gemak bij me vandaan kunnen lopen en dik onder de 1.50 hebben kunnen lopen. Ik had wel aangegeven dat ik daar absoluut geen bezwaar tegen zou hebben gehad, maar ze deed het gewoon niet. Ik zit me af te vragen of ik als rechtgeaard egocentrisch hanig tiepje dat andersom ook zou hebben gedaan. Ik weet het gewoon niet en dus hier liggen nog wat onderzoeksterreinen op het gebied van sociale wetenschappen en dat kan ook prima in Leiden schijnt het.

Inmiddels zat ik met een dermate grote voorsprong op mijn 2 uur schema dat de laatste twee kilometer met een voldaan gevoel worden gelopen. Even heb ik nog gedacht dat het mogelijk was om zelfs onder de 1.50 te gaan lopen, maar dat komt de volgende keer wel weer. Wat heb je anders nog aan je leven. De tijd van Corrie was 1.51.44 en de mijne 1.51.45. Een verbetering van bijna 10 minuten ten opzichte van mijn vorige pr van de halve van Oostvoorne

Maar hiervoor heb ik me wel de blaren gelopen, maar en hier komt eindelijk een zinnetje waarmee een kunstenaar normaliter volgens het algemeen geldende verwachtingspatroon mee wordt geassocieerd. Daarna heb ik het op een zuipen gezet. Op het terras bij een witte ophaalbrug heb ik welgeteld een blikkie bier op en die zat gelijk in mijn tenen, alsof je intraveneus ingespoten was door dat spul. En ik vraag me hardop af of ik niet op weg ben een aardig watje te worden, hetgeen mij net iets te snel naar mijn zin bevestigd wordt door een klein mannetje met een omgekeerd evenredig grote mond !


Ik heb ook nog de tijden van de andere lopers van internet gehaald en er zitten een paar mooie tijden tussen. Wilfred Barendse 1.42.26 Dimitri Pennings 1.44.58 John van Hoorn 1.45.25 Angela de Jong 1.45.27 Hans Houps 1.49.19 Chris Mijer 1.50.20 Sylvia Braun 1.52.59 Norma Marshall 1.56.28 Dineke Mijer 1.56.28 Ed de Jong 2.01.52 en Ed Simonis 2.08.50 John Marshall moest vanwege een blessure helaas opgeven.

www.edart.nl

Geen opmerkingen: