maandag, augustus 23, 2004

DREKREES 2004

De crème de la crème van de vaderlandse drekreestop zou zaterdag in Schipluiden tezamen komen voor de DREKREES 2004. Een zware natuurlijke selectie gaat aan dit evenement vooraf, want je moet toch op zijn minst enige fijnzinnige vertakkingen in het hersenweefsel missen om hiervoor in aanmerking te komen. Na een serie gesprekken met psychiaters, sportpsychologen, haptonomen, inspanningsfysiologen en voedingsdeskundigen waren we er uit. Ik ben geknipt voor deze sportactiviteit. Op vrijwel alle criteria scoorde ik hoog. Zowel fysiologisch als mentaal. Ik heb zwembanden, eet ruim voldoende, hap heel snel, doe aan sport bij Voorneatletiek en heb het, mede daardoor, vaak heel moeilijk. Ik mag meedoen.

Onderweg naar Schipluiden op de autoradio tussen de Olympische verrichtingen van Teun, Jan en Theo de verkeersinformatie. Rondom het Westland waren een aantal wegen afgesloten omdat er slangen over de weg lagen om het overtollige water uit de polders weg te pompen. Zou het wel doorgaan ? Ik voelde blijdschap in me opkomen. Het begeleidingsteam bemerkte dit en riep me tot de orde. Gewoon afwachten hoe het parcours er bij lag. Bij aankomst bleek het Waterschap aldaar de toestand onder controle te hebben.

De drekrees gaat gewoon door. Deze hardloopwedstrijd van 4,2 km. met 62 sloten varierend van een greppelslootje van 50 cm. breed tot een trekvaart van bijna 20 meter. Simon Vroemen zou er bij kwijlen. Dit even voor een beter begrip van waar we het hier over hebben. In alle sloten kun je volgens de organisatie staan. Maar het liefst niet te lang omdat je dan de overige deelnemers ophoudt. Volgens de statuten en bepalingen is het niet toegestaan om in zeven sloten tegelijk te lopen.

Een aantal mensen deden niet mee. Zij hadden plotseling visite gekregen. Sommigen moesten werken en een heel groot gedeelte had autopech gekregen. Kan gebeuren natuurlijk en zo bleven we met zijn zeven drekreezers over. Ed Simonis, Hans Houps, Corné Zwinkels, Wilfred Barendse, John van Hoorn, Angela de Jong en Ed van der Hoek. Allen begeleid door een verrassend groot aantal mental coaches.

In onze speciaal voor de gelegenheid geprepareerde drekreestenues van het merk Drekline heb je het gevoel de hele drekwereld aan te kunnen. De verwachtingen waren torenhoog gespannen. De warming-up liep geweldig. Tactisch alles voor elkaar en ook het zien van de uitermate bevallige Drekkwien doet je hart sneller kloppen en mede hierdoor wil je alles op alles zetten om hier te winnen.

Nog tien seconden tot de start, De spanning stijgt voelbaar. Met zijn allen bij elkaar op dat weiland geeft een heel aparte trilling van de grond. Alsof je dwars door het weiland heen kan zakken, maar dan klinkt gelukkig het startschot. Zo’n kleine 70 a 80 meter heb ik nog hoop om met de eersten mee te kunnen, maar bij de eerste de beste sloot was het al raak. Vast ! In de prut ! Waza-ari ! Net niet op mijn rug, maar in de wurgende houdgreep van de zuigende zooi. Als je je linkerbeen bijna los hebt gewrikt zakt je rechterbeen nog dieper in de shit en het is nu zaak om iets aan de slootkant vast te grijpen. Kalmte kan u redden ! schiet door me heen en ik zie rondom me soortgelijke verschrikte gezichten en ruik een ondefinieerbare geur. De geur van angst en modder. C’est parti ! Ik kijk hoe anderen zich eruit werken door het groene spul langs de kant van de sloten vast te grijpen, maar waar ik sta zijn er alleen distels en brandnetels. Het moet maar en ik slaag erin om me eruit te wurmen. Nog 61 sloten te gaan !

De tweede sloot is de trekvaart. Duiken verboden, maar omdat je nog kracht hebt wordt het een bommetje. Tot je nek in de drek was het devies van de organisatie. Ditmaal brengt een aangeboren handicap gelukkig uitkomst. Mijn platvoeten zorgen ervoor dat ik niet dieper wegzak en ik krijg gelukkig maar drie slokken slootwater binnen. De ondergrond voelt als in koffie gesopte mariakaakjes, maar ruikt anders. En het publiek op de brug dat me eerst zo sympathiek voorkwam krijgt in mijn beleving het voorkomen van ramptoeristen. Ik zie SBS microfoons staan van Hart van Nederland. De Telegraaf is er en dit zegt misschien wel genoeg. Ze fotograferen John van Hoorn als hij de sloot uitkruipt. John lacht (nog) niet op deze foto.

Na de brede sloot is het wat beter te doen. Het gras langs de kanten staat relatief hoog en dus kun je er goed uitkomen. Het gaat lekker ! Sloot zestien moet met een sprong zijn te overbruggen, althans, ik heb het anderen zien doen. Ik besluit het ook te gaan proberen, want inmiddels had ik me conditioneel en mentaal weer wat herpakt. Wel is het zaak om de aanloopsnelheid flink te verhogen en het is de bedoeling om tussen de roodwitte vlaggetjes uit te komen. Nog drie a vier meter verwijdert van het afzetpunt voel ik dat ik niet helemaal fris uit ga komen. Een kleine balansverstoring zorgt ervoor dat ik meer de hoogte in ga dan de diepte en op 20 centimeter vóór de overkant komt ik met twee benen in een hoek van 45 graden onder de oever tot stand. Niks nahupje ! Ik hang met mijn rug in het water en het is Ippon ! Met geen mogelijkheid kan ik me naar voren strekken en ik lijk gedoemd ter plekke de rees te moeten beeindigen.

Voor mijn gevoel zat ik er minutenlang en de mensen die ik eerst gepasseerd was gingen mij nu op hun beurt weer voorbij, onderwijl vriendelijk heu zeggend. Ik zei maar heu terug en juist toen ik de moed op begon te geven hoorde ik achter me. ’Hee Ed ! Ga je lekker ?’ En even later werden me twee helpende handen toegereikt en kon ik verder. Bevrijd uit mijn benarde positie door Hans Houps en Angela de Jong ! Geweldig ! Ik was terug via de herkansing en vanaf dat moment hebben we elkaar niet meer uit het oog verloren. Dit was de manier om deze sloten te lijf te gaan, want er is altijd wel één gelukkige die de overkant haalt en de ander de helpende hand toe kan steken. Gelukkig heb ik me ook een paar keer nuttig kunnen maken en zo vonden wij gedrieen de formule om dit zinloze geweld de baas te kunnen.

Uit het feit dat wij dit allemaal zelf uit hebben moeten vinden blijkt ook dat de huidige trainingen bij onze club tekort schieten. Het hoge woord moet er maar even uit. Er moet gewoon veel vaker drekreesspecifiek getraind worden zodat wij ook volgend jaar goed voor de dag kunnen komen. Ik denk hierbij om op de dinsdagavonden en de donderdagavonden de sloten van de Bollaarsdijk, de Heindijk, het Spuij en aansluitend de haven bij het Maerlant op te nemen in de trainingsroute. Helaas ben ik dan zelf gezien de trainingsactiviteiten van mijn vrouw niet in de gelegenheid om dan te komen trainen, maar ik geef het u ter overweging, dames en heren trainers. De opkomst zal zeker hoog zijn. Denk ik.


www.edart.nl

donderdag, augustus 12, 2004

CARNE PICADA AL GRILL

Dinsdag 20 juli 2004

Om 10.30 u. vertrokken uit Oostvoorne. Op weg naar de Costa Brava. Vrij probleemloze reis behalve dan de file bij Antwerpen en ons abonnement op de verkeerde afslag bij Lille. Bij Parijs was het in de tunnels wat duister, maar dit werd hoofdzakelijk veroorzaakt werd door mijn eigen zonnebril op sterkte, maar de weg vinden naar de goede afslag is desondanks toch gelukt.

Het klinkt wel chic om in Hotel Le Parc in Clermont Ferrand te overnachten, maar het is slechts één van de vele vergane gloriehotelletjes, die de strijd met de Formule I en de ETAP’s duidelijk hebben verloren. We overnachtten in een entourage die een jaar of vijftien geleden door liefhebbers van het genre beslist als smaakvol moet zijn ervaren, maar het doet nu zonder meer lachwekkend aan. Een soort verlopen en verkleurd zalmroze velours doet dienst als wandbekleding en geeft een hele typische muffe geur af. We hadden het door de drukte in het gebied niet echt voor het kiezen, maar ondanks dit alles was de absolute stilte rondom het hotel wel prettig. Alleen het zachtjes ruisen van de wind in de bomen was hoorbaar.

Woensdag 21 juli 2004

Weer op weg. Vaak is het Motorbremsen geblazen. Die duitsers hebben het toch maar weer mooi voor elkaar om daar één woord voor te vinden, waar ze in de andere moderne europese talen complete zinnen voor nodig hebben.

Bij Millau zijn ze bezig met het bouwen van een een gigantisch viaduct en dit is de oorzaak voor wat oponthoud. Al het verkeer wordt dwars door Millau omgeleid, compleet met stoplichten op verdekte plaatsen en vervaagde zebrapaden.

Bij Béziers toch nog een keer verkeerd gereden. In volle vaart afslagje gemist, maar vele wegen leiden naar Camping Internacional de Calonge. Zo rond half twee in de middag kwamen we het holletje met een gevoelsstijging van 35 % oprijden. Djiezus wat een helling ! Halverwege staat het ontvangstgebouwtje. We worden er direct in het Nederlands aangesproken. Dat schept per slot van rekening toch een band natuurlijk. Het is ons tweede verblijf op deze camping, dus we zijn al ietwat voorbereid op het scenario dat volgt en we doen ons voor als modelkampeerders. Na het inchecken worden we voorgegaan door een van de spaanse medewerkers op een klein snerpend brommertje met een kapotte uitlaat. Hij wijst ons een plekje aan dat op het eerste gezicht al aan de krappe kant lijkt, maar toch proberen we de positieve punten van deze plek in te zien. We zitten lekker dicht bij de glasbak, we zitten direct langs de doorgaande weg, we zitten lekker ver van de toiletten en we hebben tenminste vier bomen in het midden van het plaatsje. En tenslotte ook nog een mooi gietijzeren hek waardoor we tenminste onze tent niet uit kunnen vallen.

Het lukt om een nieuwe plaats te krijgen en voor de tweede keer die dag zetten we onze tent op. Dit keer onder het toeziend oog van een complete familie met aanhang. Zusters, zwagers, neefjes, nichtjes en buurman en buurvrouw met de eigen kindertjes. We proberen de onuitgesproken commentaren te negeren en dapper ga ik door met het krom rammen van vele tentharingen en ook dit keer lukt het om het geval uiteindelijk strak op te leveren aan de buitenwereld. Buurmannen voelen dit haarfijn aan. Buurmannen doen ook altijd hun uiterste best om de tent keurig neer te zetten. En buurmannen doen er alles aan om een goede sfeer te creeren.

Ieder jaar vergeet je wel iets belangrijks. Dit jaar was het onze kroonluchter. Daar kom je natuurlijk achter als je letterlijk en figuurlijk het donker in begint te schrijven. Een doorgesneden plastic fles met fitting, die mijn zwager Arie Adrianus vorig jaar had gemaakt toen hij met hetzelfde probleem zat bracht uitkomst. En er ware weer een beetje licht in ons bestaan.

Donderdag 22 juli 2004

Voor op het strand hebben we dit keer onze blauwe parasol uit de tuin meegenomen, maar tot mijn grote ergernis en die van een aantal andere badgasten vliegt het ding bij de eerste de beste windvlaag metershoog door de lucht. Er zit geen punt aan de houten steel aan en hierdoor kan hij niet goed in het zand kan blijven staan We hadden ons keukenmes meegenomen dus er was een gerede kans dat het me zou lukken om er een puntje aan te snijden. In kleermakerszit heb ik in het onbarmhartige zonnetje een fantastisch mooi geometrisch en volkomen kloppend puntje aan de tropisch hardhouten steel zitten snijden alsof ik me dagelijks bezig houd met parasolpuntenslijpen en terwijl ik vreselijk op sta te scheppen over het feit dat ik zo geweldig ben slaat de wind eronder en breken bijna alle baleinen finaal af. Ik had net de zin afgemaakt dat het zo fijn was dat we toch geen nieuwe hoefden te kopen. We hebben die middag voor de nodige verkoeling voor het merendeel in het water gelegen en we zijn mooi egaal rood geworden.

’s Avonds onder flamencogeluiden de afwas staan doen en opzichtig staan blitsen met mijn verjaardagscadeau. Ik ruik afgunst van mijlenver en hier was een zeer sterke geur aanwezig. Groen en geel van jaloezie stonden de mensen om ons heen mijn cadeau te bewonderen. Ik ben namelijk sinds begin juli de trotse bezitter van een semi-professioneel design-afdruiprek voor op de camping van het gerenomeerde merk Sturm. Het ding is volledig uitneembaar, makkelijk afwasbaar en o zo gebruiksvriendelijk. Het is vervaardigd van een modieus beige plastic, het weegt haast niks en toch is het reuze stabiel, vertel ik de omstanders. Met plaats voor wel 10 borden en 20 eenheden bestek zodat je af en toe een afwasje over kan slaan, ideaal voor kleine en grote gezinnen.

Vrijdag 23 juli 2004

Terug van de markt in Platja d’Aro zitten buurmannen doorgaans op je te wachten, zodat ze fijn van dichtbij mee kunnen maken hoe jij je bus achteruit tegen een stoffige helling van ongeveer 10 procent parkeert. Het is de wet van Murphy. Buurvrouw en de twee jongste kinderen zitten er ook. Allen keurig in een geometrisch perfecte ruit en ik ga mijn uiterste best doen om dit inparkeren tot een goed einde te brengen. De moeilijkheidsfactor is vastgesteld op 2,4 en ik kan hier mede gezien de stand van de boom en het muurtje flink wat punten gaan halen, maar door een aantal onvoorziene stenen slipten de wielen behoorlijk door en hierdoor komt er, het moet gezegd, flink wat stof vrij. Ik maak een verontschuldigend gebaar, maar kan uit hun reactie niet opmaken of dit al dan niet geaccepteerd wordt. Ik krijg van de jury een ietwat teleurstellende 5,1 voor het idee en voor de technische uitvoering een 4,9.

Zaterdag 24 juli 2004

Vanmorgen toch maar de hardloopschoenen aangetrokken voor een duurloopje. Het merendeel van de camping is dan nog in diepe rust met hier en daar een stevige snurker. Het is best wel een aparte ervaring om rond 7 uur langs al die caravans en tenten te lopen. Het is al behoorlijk klam. Een paar duiven zitten heel typisch te koeren. Er was er zelfs een doffer die er een variatie op had ontwikkeld. Met een soort herhaling van het allerlaatste geluid alsof er een vertraging in zat. Een soort experimenteel gekoer. Vast een alternatieve duif.

Heb zo’n kilometer of dertien a veertien gelopen over de boulevard van S Antoni en Palamos en vanaf de haven nog een stukje naar de jachthaven aan de andere kant van de heuvel, langs de barakjes waar de oude vissers onderhoud plegen aan hun visgerei. Op de terugweg is het zachtjes aan steeds drukker geworden met wandelaars, joggers en mountainbikers. Sommige mensen groeten elkaar, maar een groot deel lijkt zwaar in zichzelf gekeerd. Er zit ook een jong stelletje op een bankje waarvan het meisje in tranen is. Je kan er van alles bij verzinnen.

Ik blijf even na zitten transpireren en kijk met mijn giechel recht op de tent van de buurman. Het lijkt wel experimenteel theater. Even lijkt het erop alsof de buurman de hele camping gaat stofzuigen, maar zijn snoer is te kort. Buurvrouw komt drie keer in een smetteloos wit en vooral schoon shirt en alweer een strakke nieuwe short de tent uithuppelen. Zogenaamd ongewis over onze aanwezigheid. De hele tent ademt symmetrie en minimalisme uit. Op iedere hoek van de overbekende groene gaatjesmat staan de slippers. Nergens hangt wasgoed, maar de knijpers hangen wel precies een halve meter uit elkaar aan de schematisch opgehangen waslijn.

Het campingrestaurant presenteert vanavond een goochelaar. Het leek Roos wel interessant om daar eens te gaan kijken, maar komt al na een kwartier weer terug en verzucht dat de goochelaar een enge vent is die niet met kinderen om kan gaan. We horen hem nu ook tekeer gaan tegen die arme kindertjes. Bij de buren is een oppas vreselijk bezig de kinderen te betuttelen. Ik schat de jongens rond 7 en 10 jaar. Jullie moeten voor je gaat slapen nog wel een plasje en een drukje doen hoor jongens, hoor ik haar de kinderen toeroepen. Ik heb vanavond 4 bastognekoeken, 1 reep chocola met crispie stukjes rijst, anderhalf bord spaghetti, 1 ensalada de pollo, een kwart emmer mierzoete popcorn, een half zakje chips en vele koppen thee met suiker naar binnen zitten werken en ik heb de campingblues.

Zondag 25 juli 2004

Wakker geworden met rare droomnasmaak. Als een kruising tussen batman, een ninja turtle en een commando heb ik me in mijn dromen zeer agressief gedragen en ik was nog eens de goodguy ook nog. George Bush feliciteerde me nog met de overwinning in de strijd tegen de evil do-ers. Om zo wakker te worden is geen pretje. Het is de tol van het omschakelen naar het campingleven. Het vergt wat tijd en moeite en dat vertaalt zich in onrust.

De boeken die ik de laatste weken heb gelezen waren ronduit kut. Na een teleurstellende God’s Gym van Leon de Winter vond ik de Zonnewijzer van Maarten ’t Hart ook al iets met peren. En tegelijkertijd lees ik dat de duitsers het boek wel goed bevallen is en het zelfs gaan verfilmen. Ook Remco Campert’s Tot Zoens heb ik na een paar verhalen in de hoek van de tent gemieterd. De Eetclub van Saskia Noort zat ook nog in mijn tas. Bij het woord Literaire thriller krijg ik doorgaans wel een beetje argwaan, maar dat blijkt niet op zijn plaats. Het lijkt lekker pretentieloos en leest lekker weg en je hebt gewoon zin om het boek in een ruk uit te lezen. Niet meer of moeilijk aanspreekbaar zijn moet toch een aardige indicatie voor leesplezier inhouden.

En ruw word ik middenin het verhaal gestoord om naar de Mercado de Pesca in Palamos te gaan. In mijn beste spaans vraag ik waar deze is, maar we worden van hot naar her gestuurd. En bajo, beneden in het vissersplaatsje. Dat leek ons in eerste instantie al logisch en op de parkeerplaats aldaar schieten we de parkeerwachter in vol uniform aan. Een absoluut afgebeten –manana- met één opgetrokken lip maakte wel duidelijk dat we het zoeken konden staken.

Maandag 26 juli 2004

‘s Ochtends18 kilometer hardgelopen en daardoor ’s middags op het strand dutje gedaan onder parasol en ’s avonds vroeg naar bed. Aan mij hebben ze deze dag niet veel gehad.

Dinsdag 27 juli 2004

Vandaag aan de bak zogezegd, want Barcelona stond op het programma. Met de trein vanaf een dorpje iets landinwaarts regelrecht naar het centrum. We hadden buiten touristje spelen toch een duidelijke missie. We waren op zoek naar een zwembril op sterkte, want we hadden geboekt voor een middagje snorkelen en aangezien we allebei zowel onder als boven water weinig zien zonder bril zou dit een verantwoorde aankoop betekenen. Via de grootste sportzaak en enkele trendy opticiens met bereidwillig vriendelijk personeel kwamen we uit bij Cottet. De hele tent ademt een vreemd soort chique uit met tot op het bot getrainde medewerksters, die onder een streng regime staan. Gewoon een beetje rondkijken is er daar niet bij. Geen touristje spelen. Niks kijken, kijken en niet kopen. Niks grappige brilletjes passen. No nonsens alstublieft en in keurig engels word je naar een zitplaats gedirigeerd. Nee dames en heer. Hier kom je niet vandaan zonder een aankoop te doen en daar hoopten we natuurlijk ten zeerste op. En inderdaad. Uit een streng eikenhouten bak komen een paar zwembrillen met de door ons verlangde sterkte. Het kost een paar centen uiteindelijk, maar het brilletje zit perfect en we kunnen er zelfs allebei perfect door zien. Op de vraag of we hem meteen op mogen houden wordt niet gereageerd. Geen grappen hier alstublieft.

Verder is er in deze stad genoeg te doen en te beleven, maar heb je natuurlijk tijd tekort. Toch nog volgend rijtje steekwoorden. Swatch, Bus Turistic, Monjuic met de kabelbaan, Miro Fondacion, Ramblas. In de trein misselijk geworden en suf geluld door een nederlandse kletstante. Weet niet meer in welke volgorde.

Woensdag 28 juli 2004

Stranddag. Far far away een paar wolkjes. De branding klotsend tegen de fijngestampte steentjes, dat je ook wel zand kan noemen. Op de achtergrond het geluid van gillende kinderen en zwetende volleyballers. We testen onze nieuwe zwembril. De kokosnotenman komt voorbij en in het water ligt een Mexicaantje met oranje hoed en gigantische voeten, drijvende lippen geflankeerd door een crocodile van een italiaanse familie en een afschuwelijk wit gezin. Met een bijna aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat het engelsen zijn.

Donderdag 29 juli 2004

16 kilometer gelopen in een wat rustiger tempo dan een paar dagen geleden zodat mijn gezin voor de rest van de dag ook nog wat aan me heeft.
Ondanks mijn yatzee met eenen weer niet gewonnen met dobbelen. Bijna volle maan. Ben dan normaal wat onrustig en vliegen mijn gedachten en gevoelens als een dronken aap heen en weer. Ook nu is het weer niet anders.

Vrijdag 30 juli 2004

We hebben om 15.00 u. afgesproken in de haven van l’Escala. Hebben een uur in de auto gezeten hiervoor. Om 14.45 u. op de afgespoken plaats, maar in het hokje van de organisatie alleen maar een briefje met een telefoonnummer. Ik bel het nummer, maar krijg geen gehoor. Er komen nog twee snorkels aanlopen, die ons vertellen dat zij bij the big boat hebben afgesproken. Wij volgen de twee een beetje en uiteindelijk zitten er langs de kade nog een vijftiental andere mensen. Gedwee wachtend komen er rond 15.15 u. twee hombres aanzetten, die wel eens iets met het gesnorkel te maken zouden kunnen hebben. En inderdaad. Het zijn de schipper en de gids. We klimmen aan boord van de open houten schuit met alleen voor de schipper een stuurhuis. Vanuit het vooronder worden allerlei bakken met vooral natte swimsuits, duikbrillen en flippers naar boven getakeld. We worden getaxeerd op maat en krijgen zo’n nat geval aangereikt. Later ! zegt de spanjaard en ik maak daaruit op dat we het nu nog niet aan hoeven te trekken godzijdank. Het ding stinkt geweldig naar natte was, een geur die je eigenlijk nooit meer vergeet. De snorkels zelf zijn nu ook verdacht. Ik heb het gevoel dat ontsmetten niet echt in hun woordenboek voorkomt en het vergt wat relativeren om over mijn latente smetvrees heen te stappen en dat apparaat later in mijn murw te stoppen. Met spa rood probeer ik het ding een beetje om te spoelen en ik leef nog steeds.

We krijgen trouwens behoorlijk de tijd om aan de boot te wennen en nergens konden we uit opmaken, dat de schipper aanstalten ging maken om de boot los te gooien. Het was een soort wachten op Godot. En na een tijdje ben ik tot grote vreugde van de andere passagiers door mijn grappen heen.

Er komt een grijze rubberboot met duikers en duikapparatuur op de boot afvaren en deze wordt achter de boot gebonden en daarop was schijnbaar dat wachten gebaseerd. Na een boottocht van ongeveer twintig minuten kwamen we aan bij een grillige rotspartij. Ankertjes uit en toen mochten we ons letterlijk in onze zwempakjes gaan hijsen. Mijn zwager en ik. Twee lichtelijk corpulente en half kalende veertigers werden ons ineens pijnlijk bewust van onze reservespieren, maar het lukte ons om het geblubber achter de rits te krijgen. Alleen bewegen was er nu niet meer bij. En wij prezen onszelf zeer zeer gelukkig over de afwezigheid van vereeuwigende apparatuur.

De instructeur annex gids bediende zich gedurende de excursie van de volgende instructies: Put on your suits, hurry en follow me en daarna hebben we tot op het moment dat we weer in de boot klommen niks meer van de goede man gezien of gehoord.

Het was dan ook voornamelijk voor Roos, die het in het zwembad vroeger al moeilijk had met duikbril en snorkel een kwestie van heel snel aanpassen en dat werd bewonderenswaardig gedaan door dit juffie van tien jaar. Het is sowieso best een klus om je kop erbij te houden en vertrouwen te hebben dat je door je mond blijft ademhalen. Met een kluitje snorkelaars gingen we dus zonder aanvoering van onze guia naar een grotje. Een blauwe kwal danste onder ons door. Normaal ben je zonder bril en snorkel ongewis van de wereld onder je. Nu heb je controle. Roos is normaal zelfs al bang voor het woord kwal, maar als je alles op je gemak kunt inschatten en bekijken geeft dat rust en vertrouwen. Bij haar dan althans. Ik moet zelf nog behoorlijk wennen. Zwem in de grot af en toe tegen anderen op en wordt ook zelf onverwacht hard aan mijn flipper getroffen. De dader verontschuldigd zich, maar ik versta er helemaal niks van als ze wat zeggen met een snorkelpijp in de mond.

In de grot liggen op de bodem wat bijzondere wiersoorten en anemonen en mijn zwager Ad moet zich als aquariumliefhebber wel erg op zijn plaats voelen. Ik wil nu ook wel eens kijken hoe hoog zo’n grot nu eigenlijk van binnen is. Behoorlijk ding denk ik nog terwijl ik naar boven kijk, maar tegelijkertijd loopt mijn snorkelpijpje vol met koud zout water en gorgelend en hoestend slik ik behoorlijke hoeveelheden in.

In een snorkeluitrusting zien we er vooral boven de waterspiegel vaak hetzelfde uit en dit nekt me, want na een intensieve speurtocht naar erg zeldzame vis- en plantensoorten ontwaar ik ineens een mooi visje met een soort baardje op de bodem. Een barbeeltje of zoiets en ik gooi triomfantelijk mijn pijpje uit mijn mond en ik begin tegen mijn achterbuurvrouw, van wie ik dacht dat het Loes was ineens te kirren dat ik een modderkruiper/grondelachtige had gezien, maar er werd eigenlijk maar matig op gereageerd. Wel heel erg gek want ik had meer enthousiasme van mijn lieve vrouw verwacht. Het zou nostalgische herinneringen op moeten roepen naar hun binnen de familie veelgespeelde kwartetspel met diverse inheemse en uitheemse vissoorten. Toen ik wat beter keek bleek het een van de dames van de twee brabantse stellen te zijn en in haar ogen zag ik dat ze direct aangifte wilde gaan doen. Ik probeer het nog uit te leggen van dat kwartetspel, maar het verdere verloop van de snorkeltocht bleef die mevouw toch angstvallig uit mijn buurt.

Een beetje opgelaten besluit ik nu maar zwager, vrouw en kind op te gaan zoeken en zij bleken ook een prachtige ontdekking te hebben gedaan. Een octopussy. Voor het eerst zagen we er een buiten de dierentuin, echt een prachtig zeewezen en toen Loes hem nog eens wat duidelijker aan wilde wijzen voor de andere mensen, maakte het dier zich plotseling heel groot alsof het wilde zeggen dat het nu wel weer even met rust gelaten wilde worden.

Na pakweg een half uur wordt het zelfs met het wetsuit koud en we houden het voor gezien. Zo’n pak uittrekken is minstens zo’n onderneming als het aandoen en zonder hulp gaat het dan ook moeizaam. De terugvaart is prettig en langzaam warmen we op. Al met al viel het toch wel een beetje tegen, want voor de kust bij onze camping zijn ook minstens zulke mooie baaitjes.

Zaterdag 31 juli 2004

Vanochtend weer hardgelopen naar Palamos. Op de terugweg kun je het laatste stuk over een wandelpad direct langs het water en de rotsen. Er staan aardig wat kapitale villa’s op en rond die rotsen en fantaseer een eind weg over een atelier op een dergelijke plek.

Na het ontbijt zit mijn Josef Dettelbacher’s Carne Picada al Grill op te boeren. Op het etiket van de grillworst staat Josef zelf met kleine varkensoogjes, een hele grote krulsnor en zo’n jagershoed. Ik had het kunnen weten, maar ik heb het toch maar mooi op mijn brood gehad. Bij wijze van culinair experiment zullen we maar zeggen.

Zondag 1 augustus 2004

Mijn deja vu komt weer voorbij. Mijn rug wordt bekogeld met steentjes. Als ik niet kijk natuurlijk. Wel hoor ik imitaties van Hans Teeuwen rijkelijk gelardeerd met kreten als keigoed, keigaaf, keilekker, keigeil, vaneigens en ik vermoed met brabanders te maken te hebben. Eindelijk, want dat heeft even geduurd, maar Oss, Boekel, Gemert, Eersel, Poederooien, Son en Breugel, Stamprooij, Gilze-Rijen, Best, Bergen op Zoom, Barsel, Eersel, Traksel, Woensel, Goirle, Chaam, Boxtel, Zevenaar, Loenhout, Stiphout, Eikenhout en Drijfhout, Dongen, Budel en Sprundel, Waalwijk, Aarle-Rixtel en Stampersgat. Ze zijn er en wij moeten gotdomme woensdag alweer naar huis !

Maandag 2 augustus 2004

Naar Tossa de Mar gereden. Mooi stuk weg langs de kust. In Tossa koffie gedronken en klein beetje door straatjes gezwalkt, maar te druk en te heet om daar lang te blijven. Voor verkoeling en rust toch beter naar ons eigen vertrouwde strandje. Heel behoudend.

Op onze camping is het ballroomdansen geblazen en op de aangrenzende camping genaamd Camping A GoGo is het karaokeavond. Wij zitten precies in het midden van de twee geluidsstromen. Het is mis met de stereo. Uit één hoek een passa doble. Dat getuigt tenminste van klasse, gratie, finess en elegantie, althans in de ogen van de dansers en danseressen en vanuit de nadere hoek blèren een groepje hollandse kinderen Op een onbewoond eiland van kinderen voor kinderen en de wat oudere pubers brullen het technisch ingewikkeldere Nederland O Nederland, Jij bent mijn Kampioen in de microfoon. Hier is je plaatje van een doorsnee avond op een camping, maar het went en met een goed boek en een goed gesprek kom je de avond best wel door.


Dinsdag 3 augustus 2004

Voor de laatste keer gelopen. Het was nu ook weer ietsje drukker met lopers. Nieuwe regio’s zijn aangekomen. Het loopt lekker. Ook deze keer richting Palamos en deze keer nog weer een klein stukje verder. Nu tot aan Camping Palamos gelopen aan de noordkant van het plaatsje. Daar vocht bijgetankt en aan die kant bij wat huisjes langs het strand wat gewandeld. De lonende pauze, zoals dat tegenwoordig in het trainersjargon heet. Het is er allemaal wat grover qua keitjes. Op de boulevard op de terugweg soort wedstrijdje gedaan met een loper die ook duidelijk ging versnellen toen hij hoorde dat ik achter hem liep. Ik denk nog, wat kinderachtig en zet ook een beetje aan. Boys will be boys.

De laatste avond brengen we door op het terras van het restaurant. Er dreigt een disco te beginnen. Alo, Maria, Gi, Maria Ha, Maria Gi Gi of zoiets. Jetzt geht’s los en de tienerhormoontjes spuiten werkelijk alle kanten op en gieren door de lijfies van de dames en heren pubers en pré-pubers en ben zachtjes weggeslopen en zit nu in de zompige warmte tussen de krekels de laatste regels in Spanje weg te schrijven. Ik zweet uit alle porien. Onweer dreigt.

Woensdag 4 augustus 2004

Tegen onze gewoonte in rijden we in een keer naar huis, omdat na Parijs Lille komt en je bij Lille altijd het gevoel hebt dat je bijna thuis bent. We rijden bij Lille nog wel even verkeerd. Dat dan weer wel.