dinsdag, november 16, 2004

TERSCHELLING

TERSCHELLING


Berenloop 2004

Waar zitten jullie nu ? staat er op mijn schermpje van mijn SportNokia 5210. In lichte bewustzijnsvernauwing ezzem-essen we terug dat we in de buurt zitten van Opperdoes-Noord. Die bewustzijnsvernauwing komt door het feit dat we net als in de rest van Nederland te kampen hebben met een code rood. Het lampje van de accuspanning licht de hele tijd op en daarbij moet ik ook nog eens verschrikkelijk piesen. Misschien juist wel door de moordende spanning van dat lampje en zolang we rijden komen we natuurlijk dichter bij ons doel, maar voor mijn part mocht ons voertuig er in de haven van Harlingen mee uitscheiden als we die boot maar zouden halen. De druk op de blaas is eveneens tot grote hoogte gestegen en als de nood het hoogst is – komt ineens benzinestation de Hoge Kwel in beeld ! Hoe verzinnen ze het, die naam ! Ik ren mijn bus uit op zoek naar de eerste de beste struik. Ojjojjoi wat helpt dat en als ik met een schietgebedje de motor van onze auto opnieuw start is er helemaal niks aan de hand. Niks meer brandend lampje en volkomen verlicht en mild gestemd boemelen we verder over de Afsluitdijk richting Harlingen en eigenlijk nog aardig op tijd ook. Alle begin is moeilijk. Ook een zeikverhaal !

Het is sportief druk bij de boot. Het lijkt wel of half hollend Holland ter Schelling gaat. Ook in de rij bij de koek en zopie. In mijn beleving zijn een veerboot en een gevulde koek synoniem aan elkaar. Jeugdsentiment denk ik. We kijken uit naar Hannes, maar hij is nergens te zien. De lucht is romantisch dreigend en in de verte probeert een zonnetje door die typische regenslierten heen te prikken en hoe dichter bij Terschelling hoe mooier het weer. Even denk je dat we de boot naar Vlieland hebben, maar het gevaarte draait gelukkig nog net op tijd bij.

Op de kade staan Magda en Karin ons op te wachten met natuurlijk al een aardige kriebel in de buik van de komende gebeurtenissen. Zij waren de dag ervoor al op het eiland aanbeland en als nu ook de rest van de hardloopwereld op het eiland aankomt begint het allemaal akelig dichtbij te komen. Het is zaak om ze af te leiden en ze worden gebombardeerd tot onze gidsen. Verreweg het beste vervoermiddel op het eiland is de oerhollandse fiets. Bij Tijs Knop’s fietsverhuur hebben ze er wel 2000 !! We doen een oma en opafiets met terugtraprem en zonder versnellingen. Geen fratsen en we gaan op weg naar ons onderkomen voor dit weekend. De bagage wordt door het fietsenverhuurbedrijf naar het hotel gebracht. Hotel Boschrijck. De kamers zijn ruim, de badkamer is alleen een beetje lek en dit weten we als rechtgeaarde hollanders natuurlijk flink uit te spelen. Als zwijggeld wordt onze kamer een saunaarrangement aangeboden, dus we houden het hele weekend onze mond daarover. Geen kwaad woord over ons hotel.

Na het ontvangstborreltje gaan we boodschappen doen. Weer op de fiets natuurlijk. Er is een C1000 ! Geen fratsen nu ! We kopen de hele winkel kaal, want wie beweegt moet wat te verbranden hebben, verzinnen we ter plekke. Kratje bier, flessies wijn, Boodschappen doen moet je niet doen met een lege maag heb ik wel eens in de VIVA gelezen, maar ook niet als je dorst hebt en in een mum van tijd is onze kar helemaal barstensvol, terwijl op ons gezamenlijke boodschappenlijstje alleen sinasappelsap, een pak spaghetti en een fles ketchup stond.
Boodschappen doen maakt hongerig en toen we weer buiten stonden ging het sterke gerucht dat er verderop in de straat een luxe broodjeszaak zat. Het is de Dis en daar is het echt smullen geblazen. Daar worden geen broodjes belegd, maar gebouwd. Na pakweg een uurtje naar hun omvangrijke menukaart te hebben gestaard ga ik voor het beleefd aanbevolen huisbroodje, het blijkt gehakt met piri piri. Een aantal anderen kiezen voor een minder agressief klinkend broodje. Als ik het broodje op heb wordt mijn keuze me afgeraden door de kenners ! Gehakt voor een wedstrijd is niet slim en ik zou de gevolgen ervan nog wel merken. Ik neem dit dreigement mee in mijn achterhoofd.

We fietsen met een kleine omweg van een kilometer of twintig weer terug naar het appartement en aldaar schijnen de resterende lopers en loopsters te zijn aangekomen en even later weten we dat hypothecair zeker. We zijn met een man of 25 en in onze ruime Boschrijckse kamer worden van overal stoelen naar binnen gesjouwd en ons samenzijn krijgt stilaan het karakter van een verjaardagsfeestje. Onze voorzitter begint van pure ontroering over dit spontane vertoon van onderlinge verdraagzaamheid, gezelligheiddrang, sociale drankzucht en vooral clubliefde spontaan te huilen. Mooi hè ? snottert hij en ik doe met hem mee. Waar vind je dit nog ? Zullen we het clublied zingen ?

Tegen de avond waren we al een aardig stukje in onze stoelen en banken doorgerelaxed, toen ik plotseling ruw werd teruggebracht in de werkelijkheid. Je moet gaan kooooken, want we hebben hongerrrr !! Kunnen we niks gaan halen dan, probeer ik nog, maar het helpt niks. Ik moet aan het fornuis. En wat voor één ! Er zitten van die snelwarmers op. Het riekt al gauw naar inductie. Binnen een mum van tijd schroeit mijn kipfilet de pan in, maar ik weet ze nog net te redden, terwijl mijn pan met spaghettiwater in noordoostelijke richting over de kookplaat begint te dansen. Woh ! Dit is wel even wat anders. Dit stond niet in de brochure ! En na verscheidene pogingen tot finetuning begin ik het toch een beetje onder de knie te krijgen. Gelukkig is zo’n fornuis heel makkelijk schoon te maken en krijg ik geen klachten over mijn prutje met slierten. Beleefd ?

De telefoon gaat ! Of we zin hebben om nog even in het dorp een weglopertje te gaan halen, vraagt Jaap G. uit O. nog nagenietend van zijn copieuze maaltijd mét wèhnagganzjement. We vragen ons af of dit verantwoord is en of we niet vroeg moeten gaan slapen met het oog op de dag die komen gaat, maar zowel John van H. uit H, Ed de J. uit een ander H. A.de J.-G uit hetzelfde H en P.de W. uit weer een ander H. zijn er al gauw uit. Het moet kunnen !

Een stevige wandeling naar dorp is omwille van de spijsvertering nooit weg. In het donker zetten we er stevig de pas in en we zien in de verte een soort van weerlicht. Zou er dan toch slecht weer op komst zijn ?

Het is de Brandaris ! In die buurt zijn ook de kroegen van West Terschelling en we struinen met een flinke groep door de straten aldaar en maken aardig wat omtrekkende bewegingen vooraleer we onze keuze maken in welke kroeg we ons weglopertje zouden gaan halen. We komen langs Zeezicht, Havenzicht, Waddenzicht en Boszicht uiteindelijk na twee rondjes uit in Café de Zeevaart alwaar Kapitein Rob, wie kent hem niet, nog zijn borreltjes schijnt te hebben gedronken. Ondertussen doen we een versie van Herkent u deze melodie ? John en Norma scoren hoog ! Met Wilson Pickett, Otis Reading, Martha and the Vandella’s, maar hadden het wel mis bij the Four Seasons. Jammer hoor ! Ondertussen worden onze bouwjaren gecheckt. Het waarom is me tot op heden nog niet duidelijk.

De sfeer zit er goed in als de wijste onder ons besluit dat het nu zo zachtjes aan tijd is om naar het hotel terug te gaan. Op de terugweg hebben we zo’n zeldzame lachstuip, zo eentje waarbij je helemaal week in de knieen wordt. Het valt moeilijk uit te leggen waarover dit dan gaat en daar waag ik me ook niet aan, maar het doet een mens goed.

Het is Immer Wieder Sonntag, maar natuurlijk geen gewone zondag. De morgen is zeldzaam mooi. De Eddies gaan broodjes halen, maar de bakker slaapt nog. We besluiten dan maar even het wad op te fietsen. Het is half negen ’s ochtends. De lucht is strakblauw en er staat geen zuchtje wind. Het zonnetje staat nog zo laag dat de eigen schaduw angstaanjagende proporties krijgt en er heerst zo’n serene stilte, dat je zoiets wil vasthouden. Ineens weet ik het. Dit is zó mooi en ik wil nu foto’s maken. Nu, nu, nu ! Maar ik heb mijn camera niet bij me ! Zo schiet een mens in de stress om van die mooie momenten te kunnen genieten. Het valt echt niet mee allemaal en ik voel me een klein neurootje als we met hoge snelheid op de fiets via een alternatieve route naar het hotel rijden. Als ik weer op dezelfde plek sta is dat typische strijklicht verdwenen en er staat ook al een monsterlijke 4-wheeldrive voor die mooie strandtent op het westelijkste puntje van het eiland. Ik twijfel even aan mezelf omwille van deze mutsige opvattingen over pittoreske plaatjes, maar ik word ook al wat ouder.

Afijn, met toch nog hele verantwoorde foto’s op mijn smartcardje fietsen we naar ons ontbijt en ook begint het voorbereiden op datgene waar we hier voor zijn, namelijk die berenloop. Loedertje en ik lopen weliswaar maar een halve marathon, maar voor haar is het de eerste. Voor een aantal anderen staan er wat meer kilometers op het programma en ik voel een beetje met ze mee. Hoewel niemand ze dwingt om dit te doen ! Laat hierover geen misverstanden ontstaan !

Zo’n start van de Berenloop heeft ook wel iets aparts. De hele marathon vertrekt een half uur vroeger dan de rest en zo zoeken we een mooie plek om ze goed voorbij te zien komen. Het verhoginkje voor de Brandaris lijkt ons een mooi plekje en verdomd je kan het goed zien hier en het is ook al niet zo heel erg druk wat me toch wel wat verbaasd. De speaker kletst de wachttijd aan elkaar en als hij roept dat het nog tien seconden voor de start is zie ik voor me bijna alle mensen hun vingers in de oren stoppen. De starter heeft maar een klein pistooltje in zijn hand, maar goed, misschien geeft dat ding wel een enorme knal ! Hij telt af: vijf, vier, drie, twee, één en hij schiet de lopers weg. O, O, wat een knal ! denk ik nog stoer. Een klappertjespistool en ik haal net als de andere Terschellingdebutanten mijn vingers weer uit mijn oren, maar zie dat de andere mensen rondom ons dat niet doen. Ik wil ze nog toeroepen dat ze al weg zijn, maar dan gebeurd het. Dit stond ook al niet in de brochure, want met een onmiskenbaar sadistisch lachje om de mond zet een medewerker van de vuurtoren de oranje misthoorn aan. Hoorhieris doet de Brandaris en het geluid is zo overdonderend indringend dat we helemaal niemand meer hebben zien vertrekken. Het waarom van de lege ereloge is ons in een klap duidelijk. Niks meer gezien van Magda, Karin, Corné, Wilfred, John, Jaap, Netty, Gerard, Ton, Nico en Joop en nog zo’n driehonderd anderen. Het duurt eventjes voordat we weer bij onze positieven zijn. We besluiten in de counterattack te gaan en we gaan over tot een harde extremistische actie. We hebben onze net leeggedronken waterflessen nog bij de hand en Ed de Jong, ja hij was het ! gooit de plastic flessen in de opening van de misthoorn. Zo dat zal ze leren, die Friezen ! En bij onze start een half uur later was het geluid gediminiueerd tot dat van een schorre kip en een heel stuk dragelijker. Bedankt Edward ! Terschelling zal ondanks het feit dat hij niet met ons meeloopt als gevolg van zijn hartritmestoornissen wél weten dat meneer de Jong op hun eiland was hoor !!

Na de massale start besluiten we met zijn vieren bij elkaar te blijven. Peter de Wit, Corry Faasse, Loedertje en ik lopen in een zodanig rustig tempo, dat er onderweg ook nog het een en ander te genieten valt. Pewi zegt nog niet helemaal in conditie te zijn, maar het is van geen kant aan hem te merken. Hij manoeuvreert zichzelf daardoor in de underdogpositie. De verfrissingsposten zijn goed bemand en door het goede weer staan er nu ook geluidsinstallaties buiten. En overal beertjes. Ik zag er ook nog één heel morbide in een strop hangen ! Tot zo’n dertien a veertien kilometer lopen we vrij vlak. Dan kom je in het duingebied waar je toch wat meer aan de bak moet. Het zwaarst wordt het als je het strand op moet. Pewi geeft nog steeds geen krimp. Om hem los te krijgen probeer ik nog een elleboogstoot en een vliegende tackel, maar het helpt allemaal niks. Ik hoop op de zwaardere stukken van het parcours. De duinovergang hangt van los zand aan elkaar en het is harken daar, maar op het strand zelf is het weer genieten geblazen. Het loopt makkelijker dan van tevoren gevreesd en pakweg honderd meter voordat we dat strand weer af moesten wordt het weer mul en zwaar. Voor ons halve marathonlopers nog wel te doen, maar als je er op dat punt al 35 km op hebt zitten kan ik me voorstellen dat het wel een beetje zwaar is daar.

Onderweg goochelen er nog een paar posters met afstanden en moedigen je enthousiast aan met de mededeling dat het nog maar 4 kilometer tot de finish is. Kijk daar hebben we wat aan ! Als we zo’n vijf minuutjes later bij een lauwe sponzenpost aankomen worden we welhaast nog enthousiaster aangemoedigd en ook hier is het nog 4 kilometer !! In dat zangerige taaltje wordt er dan ook nog gevraagd of we er een koekje bij willen ? Wij kunnen daar niet om lachen.

Nog een klein stukje en dan komen we in West-Terschelling aan en we waren er van tevoren op gewezen dat als je de Brandaris ziet je er nog niet bent, want er moet dan nog een flinke lus gelopen worden. Met andere woorden: Al ziet men Kerck en Tooren staen dan is den Reisch nog niet gedaen !

Maar we komen erg ver lijkt het en na 2 uur 5 minuten en 47 seconden komen we met zijn vieren over de finish. Snel douchen dan, want we moeten gaan supporteren voor de echte kanjers van die dag en we zien ze op de snelsten na allemaal voorbij komen. Het is dan al een stuk kouder en vooral donkerder geworden en het grootste gevaar is om dan onderkoeld te raken.

Juttersbitter kan daartegen helpen, maar is tijdens het lopen zelf af te raden volgens het looptijdschrift Runners. Er wordt ons na de loop van dit spul aangeboden door een inwoonster van Terschelling en het smaakt geweldig ! Ik ben eigenlijk niet zo’n alcoholheld, maar hier krijg je een warm gevoel bij.

Loper 206 heeft zijn startnummer op de rug. Als hij over de finish strompelt vraagt de speaker of hij voortaan het nummer op zijn borst wil plakken. Voor de volgende keer, voegt hij er fijntjes aan toe. Zo kunnen we niet zien wie je bent. De loper lijkt het zelf ook niet meer helemaal te weten. Na 42 km en 195 meter kan je dit soort opmerkingen wel scharen onder de noemer, lekker belangrijk !!

We gaan op zoek naar onze kanjers en we vinden ze tussen de stands met de cranberriethee en de t-shirts. Het is best fris geworden en iedere finisher wordt voorzien van een kinky plastic regenjas. Karin van den Bosch blijkt maar liefst 20 minuten van haar PR te hebben afgelopen. Dat krijg je als je in het begin in je enthousiasme getemperd wordt. Dan heb je op het einde over. Magda ziet een beetje wit, maar dat mag Da na zo’n inspanninkje ! Dik sneller dan in Rotterdam ! John van Hoorn is inmiddels ook onder de magische 4 uur grens. Hij was nog niet helemaal tevreden, want hij had in het tweede stuk teveel tijd verloren naar zijn zin. Zomaar een willekeurige greep uit de prestaties van de Voornelopers. Iedere finisher is natuurlijk een winnaar. Ik begin een beetje soft te worden merk ik.

Terug op de kamer zien we nog een staartje van de marathon van New York. De strijd bij de dames. Paula Radcliffe wint. Je hoeft niet mooi te lopen om te winnen. De heren zien we niet finishen, want we moeten naar de prijsuitreiking bij de vertrekhal. Hessel zou ook gaan optreden, maar we worden iets opgehouden. Ik ben mijn fiets kwijt !! Ik heb me eerst scheel lopen zoeken naar mijn fietssleuteltje, maar in een flits kwam het in me op dat de sleutel best nog wel in het slotje zou kunnen zitten. We zetten een massale zoekactie op touw naar fiets no. 894, maar ook van de fiets met terugtraprem is inmiddels geen spoor meer te bekennen. Met het schaamrood op mijn kaken en inmiddels een paar centimeter kleiner onder de druk van het bijtende sarcasme van bepaalde iemanden meld ik het bij de receptie. Er wordt vrij laconiek op gereageerd. Ach meneer, kom morgenochtend nog maar even terug, er is nu niemand meer bij de fietsenverhuur. Die fiets wordt wel weer gevonden hoor, wilt u een andere ? Ik durf dit niet meer aan, maar mag op Angela’s fiets. Omdat zij volgens Ed de J. uit H. (volledige naam bij de redactie bekend) twee ons meer dan een toverheks weegt gaat zij achterop ! Lief zijn ze hè ? Angela dan !

Niemand van ons heeft een prijs en we verzachten de pijn met een gezellig etentje bij de Mexicaan van Midsland. Cactussoep, Tortilla’s, taco’s, nacho’s, flauta’s en een sombrero. We bollen een beetje uit. Het mag wel na zulke inspanningen.

Met een vol gevoel gaan we terug naar Boschrijck en als we via de centrale ingang langs de bar lopen zien we dat er nog bediening rondloopt. We willen nog wel een strandlopertje, een duinlopertje, een boslopertje én een weglopertje. De van oorsprong Tjechische mevrouw, die in Kralingen woont heeft het maar druk met ons want ze moet op zoek naar haar noodvoorraad Juttersbittertjes. We zijn met een stuk of 15 mensen. Er is in het begin nog wel enige samenhang in onze verhalen van de dag, maar allengs worden de verhalen vervangen door kleine staccato zinnetjes, die genoeg zijn om iedereen brullend van de lach onder de salontafel te krijgen. Sommigen onder ons verkeren permanent in deze staat, maar daar gaan we hier niet verder over uitweiden. We halen naar hartelust herinneringen op over het vroegere Klokijs en Patat uit ons dorp. Het pand waar Jaap Graaf tegenwoordig met zijn viszaak in zit. Klokijs en Patat had vroeger af en toe wel eens buitenlandse mensen in zijn zaak, die in zijn beleving maar raar praatten. Als de mensen dan om Two chips, please ! vroegen, liep ie steevast naar zijn vitrinekast met de legendarische vraag. Paprika of geweune ? Bij afhaalchips vroeg ie altijd : Krantje d’r om van der Hoek ?

De kruidenbittertjes doen dapper hun werk op de lachspieren en we besluiten om voor de bestellers van dit vocht een Steunfonds op te richten, want het is nou ook niet echt goedkope troep. Tirka de bardame besluit op het juiste moment dat het welletjes is en zachtjes gaan we terug naar onze kamers. Nog één nachtje op Terschelling.

De volgende dag besluiten we bijna unaniem om de boot van kwart voor één te nemen. Er moeten nog wel wat zaken geregeld worden en we moeten nog op zoek naar Brandarisdruipkaarsen om thuis van dit weekend na te kunnen genieten. En o ja om Tijs Knop te vertellen dat hij tijdelijk nog maar 1999 fietsen heeft.


klik voor mijn website op onderstaande link

www.edart.nl

Geen opmerkingen: