donderdag, juni 30, 2005

DONDERDAG 24 NOVEMBER 2005 - BLING BLING AND DA MARATHON



DA MARATHON, BLINGBLING EN CACTUSTHEE

Op de feestavond van de hardloopvereniging word ik aangespoord om nou eindelijk dat weblog weer eens aan te vullen. Ik herinner het me nog van het begin van de avond. Toen de sfeer nog omschreven kon worden als etisch, psychisch, pedagogisch en politiek verantwoord met begrijpende knikjes naar elkaar en semi-hoogdravende conversaties, maar ook heel veel prietpraat, terwijl de heren van de swingband de lucht uit hun longen bliezen. Toen ik nog wat dingen kon onthouden en spraak en beweging nog iets van samenhang vertoonden. Want ajasses, wat heb ik me weer uit lopen sloven. Het moet tenenkrommend zijn geweest, als een zingende zaag een paar dagen na volle maan. Wat is dat toch voor compensatiegedrag, waar is het in mijn jeugd toch zo fout gegaan ?

Het was dansen daar aan zee en hoe later op de avond hoe luidruchtiger het volk. De swingband en onze schlagerzanger met het uiterlijk van Hans Teeuwen en het repertoire van Koos Alberts on dope hadden al plaats gemaakt voor de disco en het aantal genuttigde biertjes was exponentieel opgelopen. En er was sprake van dubbelzicht, want als je even niet oplet zie ik ineens twee Elvissen, Al Capone zelf en de Sansiveria’s. Als ik niet zoveel bier op zou hebben gehad zou ik zweren dat het mannen waren. En ik heb Jan ’t Mannetje wel vier keer voorbij zien komen om een prijs op te halen bij de loterij. Deja vu ?

Und denn geht’s loss. Saturdaynight Fever. Ik voel me als bij een auditie voor Idols en dat Henk Jan, Jerney en die andere knakker elkaar een paar keer veelbetekenend aan zitten te kijken en bij monde van Jerney zeggen dat ik toch maar beter een andere hobby kan gaan kiezen. Misschien iets met sieraden en blingbling, maar ook daarmee gaven ze me niet veel kans.

Ach het valt niet mee, feesten. Zo af en toe lijkt een mens dat nodig te hebben en ik kon me niet aan de indruk onttrekken, dat het volk dat zich week in week uit (althans als je geen blessure hebt) als loopverslaafden gedragen ook best wel weet wat feesten is. Zo’n avondje geeft al gauw het trainingseffect van een lange duurloop met versnellingen. Als ik tenminste de toestand van mijn spieren de volgende dag moet geloven. Om nog maar niet te spreken van de algehele conditie van de zintuigen. Ook heb ik het gevoel de volgende morgen het pas neergeschoten musje te hebben genuttigd, maar dat kan ook komen omdat ik bij het buffet dacht dat de mooi in krulletjes opgespoten kruidenboter een gevuld eitje was.

Af en toe komen er van die avond weer wat flarden van pogingen tot gesprekjes naar boven, maar die herrie maakt dat je soms zelf niet meer hoort wat je zegt. Of mijn marathon lekker ging ? Of ik erover wil praten verstond ik en stak van wal.

4:32:43

Sommige levens lijken een vrij simpele indeling te hebben. En mijn leven is gelukkig ook vrij simpel. Ik maak verder toch helemaal niks mee en dus is het in te delen in het leven vóór de marathon en het leven erna en daartussen zitten 4 uur 32 minuten en 43 seconden.

WAT ER AAN VOORAFGING

De hele week een beetje de weerberichten in de gaten gehouden. Het zou gaan waaien, want het is per slot van rekening gewoon herfst volgens de kalender. Spookbeelden van sterven op de eindstreep willen dan af en toe mijn botte hersens binnensijpelen, maar wind tegen betekent ook dat er ergens ook wind mee moet zijn en laat ik die gedachten dan maar vasthouden. We gaan wind mee vanuit Oostvoorne via Amsterdam naar Harlingen. In Amsterdam nog even langs Gallery Spirit en dan wind mee met de boot naar West Terschelling. De avondboot, want de half-zes-boot was door het drukke verkeer in en rond de hoofdstad toch al niet meer te halen. Op de boot krijg ik even de tijd om mijn dagboekje bij te werken. Je kan twee uur lang toch nergens heen en ik begin maar wat in mijn dagboekje te kalken.

Zo ! We varen over een hele berg zeehondjes zo te voelen aan de boot, want na een dag rennen en vliegen kom je in een soort gemoedstoestand waarbij je fantasie wat aan de zwartgallige kant zit, maar na het kopje koffie met het onvermijdelijke “iets met cranberries” en een gevulde koek begint alles weer een beetje te kloppen.

We konden vlak bij het buffet op het middendek een tafeltje bemachtigen met daar tegenover een plaats voor rolstoelers. Maar deze plekken blijven leeg. Daardoor hebben we ruim zicht op de rest van de reizigers. We zitten recht tegenover een groep zeer gewichtig en overdreven interessantdoende Guikjes, Boukjes en Geurtjes, die net hard genoeg praatten om de rest van half overvarend Holland quasi subtiel op de hoogte te brengen van de reuze interessante zaken die zij zoal meegemaakt hadden. Jawel, de dames waren actrices zo bleek uit hun luide verkondigingen. En zo te horen konden ze nog wel een podium gebruiken.

Ik probeer me een beetje af te sluiten van het gebabbel en ruik een hele sterke shoarma met knoflook en pitabroodjes lucht. De scheepsmotor bromt en er gaat een lichte trilling door het schip. Niet onaangenaam. Heel veel mensen praten op vrijwel dezelfde toonhoogte door elkaar, alsof je niks anders te doen hebt op een schip dan elkaar verhalen te vertellen en op mijn linkerneusgat voel ik een kriebel alsof er een donsje op beland is. Kopjes en schoteltjes worden gestapeld en in mijn dooie ooghoek zie ik een jongetje met een rooie trui onze tafel afruimen en daarmee mijn pogingen tot het schrijven van romanwaardige zinnetjes ondermijnt. Daar schei ik dan ook acuut mee uit.

We komen om half tien aan ! Zegt Loes triomfantelijk. Hoe weet jij dat nou ? Vraag ik. Nou dat heb ik gevraagd aan Gerben van de kassa. Gerben van de kassa ? Hoe weet je nou dat hij Gerben heet ? Dat stond op zijn naamkaartje. En de boot bromde zachtjes door en ik doezel een beetje weg totdat de boot bijna aan gaat meren. En via de intercom wordt de passagiers gevraagd om te wachten om van boord te stappen totdat de boot volledig aangemeerd is. Het lijkt me vrij nuttige informatie.

Op de kade worden we groots onthaald door de mensen die al eerder aangekomen waren. Het was alleen jammer dat de fanfare ontbrak, maar voor de rest was het hartverwarmend. Na een dagje reizen is het wel prettig eventjes moreel in de watten te worden gelegd en we gaan hernieuwd kennis maken met Tijs Knop, de fietsenverhuurder, die vorig jaar heel coulant was toen mijn fiets gepikt was. Vervolgens zetten we koers naar Hotel Boschrijck en slapen die nacht prima op een Juttersbittertje.

De zaterdag is een soort van tussendag. Ontbijten met zijn allen en springen daarna op de fiets om uiteindelijk ons rondje bij strandtent de Walvis te eindigen en stampen een Terschellingerkoffie naar binnen, want de locale drankjes moeten natuurlijk uitgeprobeerd worden. Het windje wakkert inmiddels behoorlijk aan en de spanning stijgt ook wel een beetje, maar we weten het te kanaliseren met een beetje winkelen en allerlei lekkere broodjes te halen bij de Dis.

We maken ook nog een fietstochtje naar de boekenwinkel van Midsland. Karin had iets nodig en dat was voor Peter Biesheuvel gelijk een mooie gelegenheid om met ons mee te lopen. Peter zou dit weekend supporteren voor Magda en had zijn portie marathon een paar weekjes voordien al gehad en niet geheel zonder succes getuige zijn tijd van dik onder de drie uur. We moeten aardig doortrappen om meneer bij te kunnen houden. Op de terugweg slaat de schrik je om je hart zoveel wind als er staat en je moet af en toe op de pedalen gaan staan om vooruit te komen. Peter was tijdens ons bezoek aan de winkel inmiddels al teruggelopen, maar we wilden Hans Houps van de boot halen en komen ternauwernood op tijd aan om hem op te vangen.

Des avonds staat weer in het kader van koolhydraatjes stapelen. We gaan er dapper mee door. Pannekoeken moéten volgens ingewijden en we geven ons er maar aan over. De pannekoekenpannetjes van Boschrijck zijn echter onbarmhartig voor het beslag, want ze koeken behoorlijk aan. Een slagveld met hier en daar een zwartgeblakerd poffertje als resultaat, maar Wim Bakker, de ware specialist heeft nota bene zijn eigen pannetje bij zich en ook Peter de Wit geeft blijk van een ongekende handigheid op het gebied van de vrije pannekoekenkur en pakt geweldig uit met een dubbele Rietberger, direct gevolgd door een perfect uitgevoerde drievoudige Axel binnenwaarts gehoekt. Het maakt een diepe indruk op ons.

Echt heel vroeg zijn we die nacht niet gaan slapen.

ERGENS IN HET MIDDEN VAN MIJN LEVEN

De volgende ochtend is het echter toch behoorlijk vroeg en ik vraag me af wat er ook alweer te doen valt op zo’n zondag. O ja een stukje lopen ! Ik ben al om 7 uur in de weer met mijn dagboekje en rond 8 uur teken ik op dat er beweging in de tent is. Ik hoor het sonore bromgeluid van iemand die net wakker is gevolgd door een krachtige scheet. Vergezeld door het geluid van het gorgelen van het koffiezetapparaat dat net zijn laatste water uit het reservoirtje perst doen je beseffen dat je leeft. Zomaar wat zondagochtendgeluiden.

We gaan ontbijten ! Akela Mijer heeft een strak schema voor ons opgesteld. Weer eten en vooral ook goed drinken. Water drinken is niet echt mijn grootste hobby en thee is dan een aardig alternatief. Inmiddels is nu ook een lichte spanning en navenant gedrag voelbaar en ik geef me over aan iets wat dat er dan bij sporters zachtjes insluipt. Bijgeloof. Bij gebrek aan een ander geloof besluit ik de proef op de som te gaan nemen. Ik ga voor de cactusthee. Geen brandnetelthee of zeewierextract, maar dit lijkt me wel wat. De smaak is moeilijk te definieren. Het smaakt een beetje exotisch en als ik hiermee die marathon uitloop ga ik dit op de markt gooien als het product bij uitstek voor een duurprestatie. Je moet toch wat en het heeft veel weg van het principe van al die andere onzinnige producten die wonderen claimen. Ik ben benieuwd.

Inmiddels is het een uur voor de start en de startnummers worden opgespeld en het schiet nu al aardig op. Het valt me eigenlijk wel mee hoe nerveus ik me voel al prik ik me een paar keer in de vinger met die veiligheidsspelden.

Het is zaak ontspannen te blijven en vooral niet te hard weg te gaan en als de inmiddels legendarische misthoorn van de Brandaris heeft geklonken is er geen ontkomen meer aan. De eerste kilometers gaan met een lusje door West Terschelling, maar al gauw lopen we op de weg naar Midsland. Na zo’n 5 kilometer is het min of meer duidelijk welke mensen zo ongeveer hetzelfde tempo lopen en dan vind je de mensen om je heen die ongeveer eenzelfde strategie hebben. En zo kom je in gesprek met een loopmaatje, die eigenlijk ook een beetje om zich heen liep te kijken en bewust die eerste kilometers op de rem liep. Hij liep op hartslag en op ieder moment dat deze meneer Oud, uit Alkmaar boven zijn theewater liep ging zijn horloge fluiten en dat gebeurde zo af en toe. Net genoeg om je bewust te blijven van het feit rustig te blijven lopen, want zoals het een echte Berenloop betaamt moet het tijdens deze loop hard waaien, want welke organisatie haalt het anders in zijn hoofd dit evenement begin november op de agenda te zetten als het woord herfststorm met grote regelmaat voorbij komt en niet alleen bij het scrabbelen. Het woei rond windkracht zes. Het eerste stuk in de rug. Een voordewinds rak van zo’n kilometer of 18 en dan op de Boschplaat, vlak voor Ameland is het draaien en dan moeten we ineens behoorlijk aan de bak.

De woeste wind vol in het aangezicht en hierop zou de dappere en heroische strijd aanvangen tegen de vijandige elementen, met grote moed, rotsvast en rechtop in de wind, onszelf een weg banend door het onbarmhartige landschap van het derde waddeneiland, gewapend met een leeuwenhart en bovendien waren we inmiddels met drie lopers, die elkaar gelijk wielrijders en schaatsenrijders uit de wind hielden. Guido uit de buurt van Nijmegen had zich ook aangesloten en had terloops toch ook maar even gemeld dat hij niet zo veel en zo raar praatte als ik. Dat kost kracht zei hij, maar dat verlies aan kracht versus afleiding is dan weer tegen elkaar weg te strepen en ach als je zo’n dikke vier uur met elkaar optrekt kun je het maar beter ergens over hebben en ik kan er gewoon niks aan doen, het is sterker dan ik.

Het zou zomaar kunnen dat de anderen dit gewoon een beetje zat werden, want op een gegeven moment was ik ze kwijt doordat of mijn tempo zakte ofwel zij een versnelling ingezet hadden. Op het strand was dat en toen ik ze nog nariep, dat ik er zo wel weer bij zo komen gingen ze nog harder. Ik meende zelfs dat ze nog af en toe angstig achterom keken of ik al weer in de buurt zat, maar het kan ook door mijn eigen nakende vermoeidheid en navenante negatieve bijgedachten zijn gekomen. Je weet het niet hè ! Afijn toen Loes, er inmiddels na het strand weer bij was kwamen we op het valse plat van het inmiddels donkere bos op en daar was het een behoorlijk slagveld. Loes vertelde dat ze samen met de anderen van de supporters op het punt waar de lopers het helse stuk strand afkwamen had staan feestvieren met Hessel, de locale held van de eilanders. Misschien waren we teveel in het achterveld, want bij ons waren ze al weg, maar de mensen die er nog wel stonden waren niet minder enthousiast. Het helpt best wel.

Inmiddels krijg ik meer en meer strompelaars in zicht en hier zijn de clichébeelden van de verschrikkingen van de marathon toepasbaar, maak je maar een willekeurige voorstelling. Het speelt zich allemaal af buiten de bebouwde kom in een soort niemandsland zonder aanmoedigingen. Ik loop veilig naast Loes en het maakt je ook bewust van het gevoel, dat je er relatief gezien nog heel fris bij zit en dat geeft je toch een extra kracht. Een onverbiddelijk psychologisch verschijnsel, dat als je erover nadenkt natuurlijk ook een soort perversie in zich heeft. Ook ben ik in de tussentijd mijn medestrijders van het eerste uur voorbijgegaan en binnen de bebouwde kom doe ik mijn uiterste best om fris uit mijn ogen te kijken. Mwaahh, marathonnetje. Dat schreeuwen met name mijn hamstrings ook op dat moment, maar toch is het allemaal dragelijk en ik dans bij de binnenkomst ter hoogte van het politiebureau in West-Terschelling een stukje met Dieneke mee, die samen met de rest van Voorneatletiek mij als laatste loper van de vereniging op staan te wachten. Ik heb even het gevoel alsof ik het licht uit mag doen, maar de enthousiaste mensen in het dorp geven je toch ook weer heel sterk het gevoel dat je toch bezig bent met iets dat toch wel een bepaalde betekenis heeft. In de hoofdstraat is het fantastisch om te finishen. Vol bierende en hossende mensen, want die hebben al even de tijd gehad om in te laden. Mijn startnummer is nu ook een finishnummer schiet er door mijn hoofd. Op de laatste 50 meter zie ik weer alle mensen met wie ik dit weekend op stap ben en kan ze allemaal een highfive geven. Het voelt wel aardig, maar toch zeggen de benen en het hoofd dat 42.195 meter wel even genoeg is. Geen meter minder, maar ook beslist geen meter meer en het kopje warme cranberriethee en de plastic regenjas zijn welkom.

Het is na gedane arbeid goed rusten, maar niet lang, want we gaan met zijn allen naar het einde van het eiland voor Tapas en we vullen een beetje de opgelopen tekorten aan. Het is niet heel erg bijzonder qua eten, maar het was wel weer erg gezellig. Het heeft van alles in zich zo’n weekendje sporten en natuurlijk zweer ik inmiddels bij cactusthee, hoewel we op de terugreis nog een hele dikke boete krijgen opgelegd voor het inhalen van een vrachtauto die 40 reed waar het wel kon, maar op een plek waar dat niet mocht. Agent O. Pijl met O.pos. vond het niet goed, gaf ons een boete van 95 euro en wenste ons een prettige dag. Zo gaat dat soms. Misschien toch teveel cactusthee ?


www.edart.nl

Geen opmerkingen: