donderdag, juni 30, 2005

ZATERDAG 27 AUGUSTUS 2005 DE DREKREES



DREKREES 2005

Een verhaaltje kan zo mooi beginnen. Bijvoorbeeld met "het was een prachtige dag" of het zonnetje kwam vriendelijk ons slaapkamerraam binnengluren, maar voor dit verhaal is er geen plaats voor romantiek, want het was weer tijd voor de DREKREES. Een hardloopwedstrijd annex synchroonduiken in 31 sloten van een stukje polder in het Westland.

Vorig jaar rond die tijd hadden we te maken met overvloedige regenval en overlopende sloten met als gevolg dat het water nog redelijk fris was, maar och, och, och, dit jaar mocht de drekrees zijn naam eer aan doen. De 2004 editie in het achterhoofd hebbende was ik van mening dat het een relatie ten goede zou komen als je samen een fris avontuur zou meemaken dus ik heb in een onbewaakt ogenblik toen ook mijn vrouw ingeschreven.

We zijn nog wel bij elkaar, mijn vrouw en ik, maar het heeft die zaterdag aan het einde van de maand augustus aan een zijden draadje gehangen. Reeds bij de inschrijving werd er meewarig naar ons beiden gekeken, want bij de organisatie had het verhaal dat ik mijn vrouw zonder haar medeweten had ingeschreven al de ronde gedaan. A, meneer van der Hoek, alles goed met u ? Was de naar mijn mening iets te attente vraag aan mijn adres.

Mwah best hoor ! repliekte ik een beetje uit gewoonte, maar ondertussen was de nonverbale communicatie tussen mijn vrouw en ik al een indicatie voor de moeilijke momenten die me te wachten zouden staan. Ook onze voorzitter was van mening dat dit een eenmalige gebeurtenis in zijn leven zou zijn en al ietsjes wit rond de neus liepen we naar het startweiland, dat als je daar met zijn driehonderden tegelijk op staat misselijkmakend beweegt. Uit een vorige editie weet ik dat het bij het doorkruisen van de sloten belangrijk is dat je elkaar uit de sloot helpt, want er zijn gevallen bekend van mensen die minutenlang vastgezogen in de drek op hulp hebben staan wachten en het was dus zaak om tactisch te lopen cq te gaan synchroonmodderen. Dat houdt in dat als je mededrekker alleen met zijn voeten nog boven water uitsteekt je dan toch even de helpende hand uitsteekt. Ook spraken we in dat verband af dat het beter is om niet te duiken, maar er in te springen met een bommetje.

En zo gezegd zo gedaan. Fris van de lever gingen Chris Mijer, Ron Zwinkels, Loes van der Hoek, Hans Houps en de inmiddels al jaren meedoende Corné Zwinkels en Wilfred Barendse van start. Al bij de eerste sloot kreeg ik een soort bedankje voor de inschrijving en bij de tweede sloot werd het er niet vrolijker op, maar als je eenmaal door bent krijg je iets van nou ik hier toch ben moeten we er maar het beste van maken en groeit de teamspirit.

Platvoeten zijn een voordeel en af en toe zag je mensen een poging doen tot een Jezusimitatie, stijlvolle pogingen, maar toch lukte dat in vele gevallen niet. Ook de pogingen van heer Mijer niet, maar gaandeweg kregen we er met zijn allen een beetje handigheid in en na een dikke 40 minuten was het leed geleden. Met de finish in zicht nog één klein slootje om mijn synchroonzwemkwaliteiten aan de jury te laten zien, ik kreeg een duwtje van iemand waarna per ongeluk toch nog een flinke slok dreksloot naar binnen kreeg.

Daar had ik in eerste instantie nog niet zo gek veel last van en het was nog lang onrustig bij café Vlietzicht, maar toen de nacht vorderde kreeg ik last van de darmen, waarover ik verder maar niet wil uitweiden, maar het schijnt dat je slootwater eerst moet gorgelen voordat je het doorslikt.

Had ik dat maar gedaan, dan had ik de volgende dag het Rondje Voorne gewoon kunnen lopen misschien. En ach wat Rondje Voorne is leg ik een andere gelegenheid wel weer eens uit. Dat heeft ook weer alles met hardlopen te maken. Mijn vrouw vond dit iets leuker en heeft me die dag een paar keer gebeld met de vraag: Gaat het, schat ? Ik kon uit die ondertoon het één en ander opmaken.

Geen opmerkingen: