woensdag, maart 08, 2006

LUSJE

which way again ?

Naargeestig is misschien wel een aardig woord om de weers en gemoedstoestand in mijn hoofdje te beschrijven. Met mijn stomme kop heb ik me laten verleiden om de 30 km om dat gruwelijke Brielse meer rond te gaan huppelen en alsof dat nou nog niet genoeg was hadden de organisatoren erbij bedacht er nog een stukje parcours bij te bouwen. Want gewoon in een cirkeltje een meer rondlopen was er voor de 30 niet bij. Een lusje heet zoiets. In het kader van het kilometers maken in de voorbereiding op de marathon. En hoe kunnen we die lopertjes nou het meeste pesten door dat lusje precies op dat plekje aan te brengen waar het fenomeentje windkracht zes a zeven het meeste snelheids en krachtsverlies kan geven waar mogelijk. Het lusje werd gelegd in …. De polder. Nou zo lusje er nog wel een paar.

Even een sfeerplaatje voor uw beeld. Polder, wind, hagel, natte sneeuw, koude oren, de laatste loper, geen snelheid, kleumende posters, maar….. het geeft niet allemaal, want het is een w i n t e r l o o h o o p ! Ja het hoort er allemaal b i j h i j !!!!
En de loper hij ploegde voort, met een gezonde druppel aan de neus, de handen weer helemaal koud en plakkerig van het hightech gelletje dat bij wijze van doping de tred wat lichter zou hebben moeten maken. Ik krijg er geen gang meer in en bij de terugkomst op de Bollaarsdijk vraag ik aan de postende Joke of zij ook niet het idee had dat de wind juist was aangewakkerd op het moment dat ik het eindpunt in dat reeds genoemde lusje bereikt had. Ik meende te horen dat zij dat ook vond, maar tegelijkertijd word ik ook verlost van het gevoel de laatste loper te zijn, want juist op dat moment komt er nog een ietwat corpulente man voorbij lopen. Hij moest nog aan het lusje gaan beginnen. Voor mij wel een leuk idee, maar voor de posters daar in de polder is dat idee een stuk minder aantrekkelijk. Als ik een meter of vijftig verder bij de voorraadpost aankom vertrekt er net een andere man voor het allerlaatste stuk van 5 kilometer. Ik besluit er mijn levensdoel van te maken om deze man nog in te halen. En ik herhaal deze selffulfilling profecy een paar keer zodat ik thuis kan zeggen. Ja vrouw, ik was vandaag tweenalaatste. Dan kan het thuisfront weer een stuk rustiger gaan slapen.

Ik had daags tevoren in de krant een stukje gelezen dat lopen slim maakt, maar zo onderweg krijg je daarover ernstige twijfels. In het eerste stuk heb ik nog een beetje lijn in mijn bestaan kunnen ontwaren, maar het laatste stuk is er veel in het leven dat er dan wat minder fraai uitziet. Ik hoor ook vaak de kreet dat een kunstenaar moet lijden. Nou lieve mensen, dat deed meneer. De commissie welstand zou onmiddellijk maatregelen hebben genomen.

Het was gelukkig koopzondag in de Voorstraat. Met mijn soepelste tred en met mijn buik in en schouders vooruit probeerde ik de boel nog voor de gek te houden. Met mijn No big deal, zo’n rondjeblik. Kooplustig publiek maakt dan toch wel weer wat krachten in je los, maar een koopvader van een klein jongetje vroeg zijn kind een beetje aan de kant te gaan lopen. “Aan de kant Joep, die meneer is heeel erg moe ! “

Ik voel me dus wel erg lopen daar tussen het winkelend publiek door. Inmiddels wel als twee na laatste. Roemloos. Snelheidsloos. Maar toch komt ook zachtjes het besef doorsijpelen dat ik toch weer dertig kilometer op mijn lijstje bij kan schrijven en breng de verdere middag door op de bank voor de televisie en strompel de trap op en af op zoek naar het artikeltje waarin staat dat lopen slim maakt. Ik wil hier wel wat meer over weten.